Ook werden er mensen boos




Zodra ik dit project had bedacht, wist ik dat het niet leuk zou gaan worden. Tot een aantal jaar geleden heb ik op feesten een tijdje geprobeerd het daar leuk te hebben met drugs en dan voornamelijk met pillen, maar ik was er nooit goed in. In de eerste plaats werd ik me heel bewust van mezelf. Veel mensen omschrijven een xtc-roes als een eindeloze golf van liefde voor de hele wereld. Ik voelde die golf ook wel, maar vond het op zo’n moment vooral heel belangrijk dat de hele wereld ook zoveel liefde voor mij voelde. En bij de minste twijfel (bijvoorbeeld als ik het gevoel had dat de barman op een onaardige manier mijn drankje inschonk) nam ik nog wat extra drugs. In de tweede plaats werd ik heel lelijk van drugs. Ik hoefde maar een kwart pilletje te nemen en mijn ogen schoten alle kanten op, mijn kaken begonnen te malen, mijn shirt werd drijfnat van het zweet. Kortom, ik veranderde in een naar aandacht snakkend, loensend monster. 

Op het moment dat ik ophield met drugs werd ik nog wel uitgenodigd voor drugsfeestjes, voornamelijk afterparty’s die om elf uur ’s middags begonnen. Ik ging daar dan wel eens heen, maar dan nuchter en zonder het feest waar het een after van was. Ik kwam dan als ik wakker werd met een bekertje take away-koffie en een croissantje. Het waren vervreemdende ervaringen. De ruimte was gevuld met mensen die op zo’n ander level zaten dat ik met geen mogelijkheid met ze kon communiceren. Ik vroeg bijvoorbeeld ‘hoi, hoe gaat het ermee?’ en kreeg dan als antwoord: ‘Ja, het is echt wauw, want jou ken ik nog van, maar weet je, die meneer daar die zei dat kinderpaarden, wat een mooie ogen trouwens, maar ja, dat is zeker, uhmm, dus wat vind je ervan?’ Sommige mensen waren er beter aan toe en die zag ik glimlachend en extatisch om zich heen kijken op zoek naar liefde van iedereen behalve van mij. Deze mensen leken te begrijpen dat ik niet aan de drugs was en dat maakte ze bang. Alsof praten met een nuchter iemand hun extatische roes zou verpesten. Zelfs als ik mensen op zo’n feest goed kende, was het nooit prettig om ze zo tegenover me te hebben. Er leek geen manier om die enorme muur tussen ons te overwinnen, alsof nuchtere en bedrugste mensen twee verschillende diersoorten zijn. Het was een situatie die me tegelijkertijd beangstigde en fascineerde.

Zo kwam ik op het idee om voor Rietveld UnCut, dat eens per jaar in de Brakke Grond wordt georganiseerd, deze situatie te herhalen, maar dan omgekeerd. Iedereen van mijn afdeling ‘Beeld en Taal’ kon een klein hokje achter het podium krijgen. Ik had een portier geregeld die voor mijn hokje ging staan en steeds één voor één iemand binnenliet. De ruimte was afgesloten met dikke zwarte gordijnen. Als kleine hint dat ik drugs had genomen, had ik me als gabber verkleed en mijn hoofd kaalgeschoren (ook als verwijzing naar The Buzz Club van Rineke Dijkstra). Voor de rest was er enkel fel tl-licht zodat je alles nog beter kon zien dan op een echt feest. Geen muziek om je achter te verschuilen, kaal.


Op het moment dat de avond begon was mijn eerste pilletje nog niet ingeslagen. Ik was nuchter en bloednerveus en één voor één kwamen er mensen binnendruppelen en ik wist niet wat ik met ze aanmoest. Ik was gewoon een jongen in een gabberpak en had geen act. Omdat het me een zwaktebod leek uit te gaan leggen hoe het eigenlijk zou moeten zijn, besloot ik niks te zeggen en te wachten tot ze weggingen. Ook besloot ik er gelijk nog een pil in te gooien in de hoop dat het daardoor sneller zou gaan werken. En toen begon het te werken. Ik hield een zwaar gevoel in mijn buik, maar mijn hoofd begon te tintelen en mijn mond ging in glimlachstand. Maar ik wist nog steeds niet wat ik moest zeggen tegen de mensen, dus ik bleef zwijgen en ze enkel aankijken. Al vrij snel begreep de eerste vrouw het. Een kordate Amsterdamse dame met hennarood haar zei tegen me vol sarcasme: ‘Zo zo jongen, heel stoer hoor, heb jij een pilletje genomen? En daarvoor heb ik al die tijd in de rij gestaan?’ Ik was doodsbang voor alle mensen die binnen zouden komen. Er scheen inmiddels een enorme rij te staan. Mijn portier bleek ook echt nodig om de rij in bedwang te houden. Dat maakte dat iedereen met enorme verwachtingen mijn hokje binnenkwam, wat het voor mij nog enger maakte. Iedereen bleek ook anders te reageren. Eén meisje kwam binnen en heeft alleen maar gegiecheld. Een jongen ging tegenover me zitten en heeft zonder iets te zeggen misschien wel een kwartier in mijn ogen gekeken terwijl ik geen idee had wat er door hem heen ging. Was hij verliefd op me of wachtte hij totdat de show begon? Sommige mensen zagen hoe ik eraan toe was en begonnen met ontboezemingen over hun drugsavontuurtjes en gek genoeg ook over dingen die daar niks mee te maken hadden. Eén meisje vertelde me dat ze vreemd was gegaan en dat nog nooit tegen iemand had gezegd. Ook werden er mensen boos. Die zeiden dan dat ze een halfuur in de rij hadden gestaan en vonden dat ik het niet kon maken om daar dan maar zwijgend zo te zitten. Anderen keken me enkel met grote bezorgde ogen aan en boden me hun flesje water aan. Elke keer als er een nieuw iemand binnenkwam voelde het als Russisch roulette, het kon leuk worden of verschrikkelijk, maar zelfs als het leuk was, bleef ik doodsbang voor de volgende.



Ook vrienden van me kwamen binnen en dan was ik zo blij dat ik een bekende zag dat ik plotsklaps begon te praten en me aan hen vastklampte, dan was ik ook even echt gelukkig. Totdat mijn portier binnenkwam omdat het tijd was voor de volgende. Totdat ik zag dat mijn nuchtere vrienden met verschrikte bezorgde ogen naar mij keken. Na een tijdje merkte ik dat het uitwerkte en kreeg ik hoofdpijn. Ik moest nog twee uur en gooide er een derde pilletje in. Ik ging me er niet echt beter door voelen, al gingen de laatste mensen wel meer aan me voorbij. Ik kan me ook steeds minder herinneren, behalve dat ik er zo naar verlangde dat het voorbij zou zijn. Ik voelde me als een aap in een dierentuin terwijl ik verlangde naar een onzichtbare plek in een boom in het oerwoud. Ik hield ook op met glimlachen, contact was niet meer nodig, ze hoefden mijn kunstproject niet meer goed te vinden, het enige wat ze moesten was weggaan.

Na een week, toen mijn pillenkater weer wat voorbij was, lukte het me om mijn eigen project te begrijpen en het niet meer alleen als iets heel naars te zien. Inmiddels ben ik weer trots op dit project. Dat het voor mij zo naar was, kwam omdat de situatie zo ongemakkelijk was en dit keer was er geen ontsnappen mogelijk. Terugkijkend weet ik niet meer of mensen me toelachten of uitlachten. Ik voelde me naakt en onbegrepen terwijl ik in dat hokje zat, maar die kloof tussen de nuchtere en de bedrugste mensen was dan ook precies waar het me om te doen was. Ik hoop wel dat ik binnenkort niet weer een idee verzin waarvoor ik hoeveelheden drugs naar binnen moet werken.





Inmiddels is Jan Hoek afgestudeerd aan de Rietveld academie. Tevens bracht hij op dinsdag 15 oktober een schitterend boekje uit dat Marktplaats poëzie heet. Dit las hij voor bij Pauw en Witteman.