Lieve onbekende kunstenaar,



Lieve onbekende kunstenaar,

Dat je bij mij in de buurt woont, is het enige dat ik over je weer. Ja, en dat je van afval houdt, maar dat spreekt voor zich, denk ik.

Ongevraagd, ongewild, onbetaald en onbezonnen plaats jij als een guerilla strijder, op obscure tijdstippen, sculpturen rond een vervallen speelplaats, die tot voor kort, bestond uit een piepende schommel, een door katten ondergescheten zandbak, en een instabiele wipwap. Dit alles omhuld door een gammel troosteloos, vijf-stenen-hoog muurtje.  

Waarom kies je voor deze plek? Wil je speeltuin opfleuren? Stond de plek je niet aan? Past het bij jouw rauwe werk?

Je imponerende beeldentuin debuteerde met een enkel zich langzaam ontwikkelend sculptuur. Je gaf een afgezaagde boom zijn takken terug. Je purde, spijkerde, lijmde en schroefde tot het inmiddels dode stukje natuur, zijn originele silhouet hervond. Om de in ere herstelde boom in de komende barre maanden te beschermen tegen koude, heb jij haar bekleed, met koeien- en kattenbont, hoe vertederend.


Misschien ben je geen academische kunstenaar; je werk straalt door eenvoudige eerlijkheid, enthousiasme en onbevangen naïviteit. Dit benijd ik. Dinsdag heb ik mijn diploma ondertekend, nu ben ik officieel een kunstenaar. Een vreugdevol moment, ‘een mijlpaal’ zei mijn moeder. Maar kan ik ooit nog kunst maken zoals jij dat kan? Kan ik nog vormen scheppen zonder allerlei ingewikkelde, intellectuele verbanden te leggen? Kan ik nog naïef zijn?

Is mijn kennis die ik heb opgedaan tijdens mijn academietijd een rem op mijn spontaniteit? Ben ik oneerlijker geworden? Is de academie een uitgedokterd bolwerk waar elke vorm van naïviteit de kop wordt ingedrukt? Nee, zou ik stellig antwoorden als mij dit wordt gevraagd. Maar jouw werk maakt mij twijfelend.

Als ik kunst maak, heb ik geleerd een plan te maken. Ik werk binnen mijn visie en probeer mijn werken een zinvolle inhoud mee te geven. Mijn hoofd is het startpunt, mijn handen het gereedschap. Jij laat je leiden door je handen, je onderbewustzijn, je intuïtief.

Ik wil je ontmoeten, met je praten. Ik wil je doorgronden, analyseren, bestuderen. Ik wil erachter komen hoe jouw handen werken. Ik wil je aan het werk zien, je handschrift ontrafelen.

Oh nee, daar ga ik al, de academicus komt in me naar boven, misschien ben ik wel echt kapot gestudeerd. Kan jij me helpen?

Liefs,

Thijs