The Hidden Mother



Afgelopen maandag, 23 september jl., stond in de Volkskrant een prachtig verhaal van Wieteke van Zeil over het boek de Kinderkroniek 1940-1945: een boek waarin Guus Luijters ieder Joods kind dat in de oorlog vermoord is probeert een naam te geven. Anne Frank is zo langzamerhand het archetype van het kind in de oorlog, omdat zij, als klein meisje zo duidelijk wist op te schrijven hoe het leven was tijdens de bezetting in Nederland. Het verhaal van een jong Joods meisje dat ook in tijden van oorlog verliefd wordt, zich stoort aan de ruzies tijdens het onderduiken en doodsbange dagen beleeft, kent bijna iedereen over de hele wereld. Anne Frank wist de oorlog zo te ontvouwen dat iedereen zich deze onvatbare periode moeiteloos kon indenken. Maar in de boekbespreking stelt Wieteke van Zeil de vraag: in hoeverre vergeten we de andere oorlogskinderen en hun verhalen, en is het verhaal van Frank wel de mal waarin ons perspectief van ‘Oorlog’ gegoten kan worden? Als we de naam Anne Frank zien bedenken we het hele verhaal er al bij, terwijl er zes miljoen individuen zijn omgekomen. Het is een goed voorbeeld en een gedurfde bevraging over ons denken, ons onderbewuste denken. 

Anne Frank

Op een dergelijke associatie betrapte ik mezelf tijdens de Biënnale in Venetië in het Palazzo Enciclopdico, toen ik tegen de verzameling van kunstenaar Linda Fregni Nagler aanliep. Haar verzameling is onderdeel van de tentoonstelling die Cindy Sherman speciaal maakte voor de Biënnale en bevat nagenoeg 1000 foto’s van baby’s die rond het jaar 1900 werden gefotografeerd. De serie heet The Hidden Mother. Het betreft foto’s van baby’tjes die door een schim op de achtergrond worden gedragen, omdat de sluitertijd van camera’s begin vorige eeuw dusdanig lang was, dat baby’s niet op een vrolijk moment in hun box spontaan gefotografeerd konden worden. Ouders namen hun pasgeboren baby mee naar de fotograaf en zijn studio, waar hij vakkundig een zwarte doek om de moeder, heel soms vader, drapeert, de baby op schoot plaatst die in deze situatie wel een tijdje stil blijft zitten en vervolgens de foto neemt met ellenlange sluitertijd. Dit levert een zeer obscuur beeld op waarin er een poging wordt gedaan de moeder te doen verdwijnen, maar zij juist aanwezig wordt. De baby’s lijken porseleinen poppen die wezenloos in de camera kijken, of net ernaast, en de grote donkere figuur is een schim, een spook, een zwarte vlek op de achtergrond.


Ik kende de foto’s maar nooit eerder zag ik zo’n omvangrijke verzameling tableaux vivants van kinderportretten en oude fotostudio’s. Door de grote hoeveelheid bedekte vrouwen en wezenloze kinderen dwaalt mijn onderbewuste beeldherkenning naar de talloze posters in het Midden-Oosten van martelaren, soms kleine kinderen, en de gesluierde moeders die de levenloze lichamen van hun baby’s na een aanslag dichtbij zich dragen. De associatie met de Arabische wereld is ineens gemaakt, zonder dat deze bedoeld, of zelfs gewenst is. Een vrouw met een donker gewaad over haar hoofd, mét een kind in haar armen is de afgelopen tijd zo veelvuldig in kranten, bladen en op internet getoond: het doet bij nader inzien amper verwonderen dat deze link de eerste is die komt opborrelen bij het zien van de kleine zwart wit foto’s. The Hidden Mother werkt als een onbedoelde Anne Frank ten overstaande van de Tweede Wereldoorlog, of een Abu Ghraib gevangene die direct en totaal onbewust aan een gemartelde Jezus doet denken, omdat deze beelden zich nou eenmaal diep in ons onderbewustzijn geworteld hebben.












Gemartelde gevange in de Abu Ghraib