Liesje Smolders - Een leven voor de kunst




Ik blader door de pagina's en mijn blik blijft hangen bij dit beeld: een menigte uit latten en lompen opgebouwde rafelachtige gestalten die bij elkaar staan. Ze hebben jassen aan en koffers in de hand, hun neuzen allemaal dezelfde kant op gericht. Ze staan bij elkaar maar toch ook niet, op een verloren perron langs een spoor. 'Wachten' staat er onder de foto. Het beeld laat me niet meer los. Het is zo troosteloos maar zo prachtig tegelijk, al weet ik niet precies waarom. Je kunt de stilte horen, de kilte voelen. 

Het is een foto van een werk dat in de jaren '80 is gemaakt door Liesje Smolders, kunstenares waar de publicatie die voor me op tafel ligt -eerder een dik magazine dan een boek- over gaat. Foto's van haar werk worden afgewisseld door korte en lange stukken tekst. Algauw wordt duidelijk dat Liesje er niet meer is. Ik reken uit hoe oud ze geweest moet zijn en kom tot de conclusie dat ze niet gestorven is uit ouderdom. Terwijl ik bladzijde voor bladzijde omsla, groeit zowel de vraag wat er met haar gebeurd is als het onbehaaglijke voorgevoel over het antwoord.




Ik google haar naam en kom terecht op haar website, waar het staat: 'Liesje is op 56-jarige leeftijd uit het leven gestapt.' Voor me op tafel liggen de persoonlijke verhalen, gedichten en herinneringen van dierbare vrienden, collega's, (ex-)geliefden en familieleden, gebundeld in een monografie, 'een monument'. Het is een eerbetoon aan de kunstenares, een ode aan haar werk en wie ze als persoon voor hen was. De combinatie van de persoonlijke verhalen, de intieme toon en de afbeeldingen van haar werk, vormen zowel een goed overzicht van haar oeuvre, als een heel ontroerend geheel.

Door de beelden en de zinnen heen ontstaat het beeld van een vrouw vol passie voor haar werk, met een ongekend talent om mensen aan zich te binden en haar enthousiasme en manier van kijken op anderen over te brengen. Maar met wie het tegelijkertijd moeilijk kon zijn om samen te werken, omdat ze, als ze eenmaal iets in haar hoofd had, geen strobreed toegaf. Een vrouw die heel sociaal en vol leven was, maar bij vlagen ook ineens stuurs, onbuigzaam en onbereikbaar kon zijn. Vrolijk en liefdevol. Ernstig en verbeten. Maar boven alles ontzettend gedreven: ' Ze kon lijken op een hond die een spoor rook en niet meer los kon laten', schrijft een bevriende collega van Liesje.



Ik zit in een rustig cafeetje met haar boek voor me, mijn laptop en een grote bak koffie op tafel. Het was een drukke, chaotische week zoals iedereen die kent en dit is mijn eerste adempauze sinds dagen. Terwijl ik nog een slok van mijn koffie neem en de bladzijde omsla, overvalt het me: het boek ligt open bij een afbeelding van een treinstation, met aan het eind van de doodlopende sporen op de stootblokken witte, in parraffine gegoten vrouwenlichamen. In het midden van de rij, tussen de haastige of juist wachtende reizigers, en voor een schreeuwerige advertentie met goedkope vliegbestemmingen, staat Liesje, die bezig is om in één van de witte beelden een kaarsje aan te steken. Het is een heel surreallistisch beeld, sacraal bijna, en van een oneindige verstilling.

Het is één van die zeldzame momenten waarop de wereld even stilstaat en alles in het universum plotseling bij elkaar lijkt te komen. Ineens valt alles op z'n plek: hier zit ik, temidden van de chaos die vergelijkbaar is met de drukte op het station, met niets dan zwart en wit om me heen: ik ben volledig gekleed in zwart-wit, zit aan een zwarte tafel met daarop een witte laptop, een zwart-witte agenda en dit laatste eerbetoon aan een vrouw met een groot beeldend talent, eigenlijk één groot rouwbericht van haar vrienden en familie-, en ervaar een soort plotselinge, immense herkenning van een oneindig verstild beeld dat niet langer meer is. Alsof ik ineens begrijp wat Liesje bedoelt met het beeld op de foto, wat ze probeert te zeggen, maar zonder dat ik het zelf onder woorden kan brengen. Het is zo'n moment waarop verleden, heden en toekomst samenvallen en je je ineens even buiten de tijd bevindt. Middenin alle hectiek, waar het een constant komen en gaan is van treinen en mensen die haast hebben, wordt ik even stilgezet bij dit werk en deze foto van Liesje. Stil en onbeweeglijk staat ze daar, steekt het kaarsje aan. Voor zichzelf.



Later, als ik thuis op het balkon zit en de wind om me heen hoor ruisen, pak ik haar boek er nog even bij. Ik blader weer langs het werk met de lattenpoppen die gelaten staan te wachten op een trein die nooit zal komen. Liesje schilderde op het perron aan de overkant de silhouetten die na het vermeende transport achterbleven. Het werk lijkt nu over Liesje zelf te gaan. Alsof haar schim aan deze kant van het spoor achterbleef in de vorm van haar werk, haar legacy. Ik kan het niet beter zeggen dan één van haar vrienden in het boek: 'Ik kijk naar haar als iemand die goed een vertaalslag kon maken van persoonlijke motieven naar algemene thema's en prachtige kunst heeft gemaakt. Ze heeft veel gegeven en soms zie je dat nog steeds terug. Fysiek is Liesje er niet meer, maar je merkt ook dat ze er alom wel nog is.'