Altijd jezelf weer overtreffen – In gesprek met David Bade



Op het station van Zaandam, vlak naast het grote complex waar alle Zaanse huisjes tot één monsterlijk huishotel zijn gebouwd, staat David Bade op mij te wachten naast een snelle zwarte Alfa Romeo. Het gesprek begint zodra de gordels om zijn. Al pratend zoeven we door de straten, totdat hij stilhoudt voor een klein garagedeurtje. Het atelier bevindt zich in een volkswijk zoals iedere middelgrote stad er eentje heeft. De buren zitten op hun plastic stoelen in hun voortuin, achter het hekje, voordeuren open. Iedereen kent David Bade. Langs de hekjes wordt hij vrolijk gegroet: ‘Ha David! Ik zag je van de week nog op TV!’ zegt een breed lachende man met snor. Twee oudere zongebruinde dames met bloemenjurken zwaaien enthousiast naar hem. David maakt een praatje, en zwaait terug. ‘Ik ben voor hen iemand die af en toe op televisie is, dat vinden ze hier prachtig! Net als Jan Smit, of een sportfiguur. Ik ben bekend, maar ze zien zelden wat voor kunst ik eigenlijk maak.’ David houdt van de mensen in de buurt en zij van hem. Het is typerend voor wie hij is, zal later blijken.

Achter het kleine garagedeurtje gaat een enorme wereld schuil. Een groot atelier bestaande uit drie delen: een opslag met een schat aan kunstwerken, een werkplek met een luie stoel waar hij op afstand naar zijn nieuwe creaties kan kijken en een bureau gevuld met interessante boeken, post-it’s met ideeën, witte vellen papier met schetsen, en vreemde kleine objecten, zoals twee speelgoedvarkentjes die –zodra je ze ‘opwindt’ (zoals een speeldoos) seks hebben met elkaar. David reist veel heen en weer tussen Nederland en Curaçao, waar hij samen met Tirzo Martha en Nancy Hoffmann Instituto Buena Bista oprichtte in 2006: een platform voor hedendaagse kunst op Curaçao, waar 'artists in residence' terecht kunnen en jongeren van Curaçao een plek wordt geboden zich kunstzinnig te ontwikkelen en persoonlijk te ontplooien om vervolgens buiten Curaçao verder te kunnen studeren.  


Tijdens de eindexamens op ArTEZ in Arnhem was David Bade gecommitteerde bij de docentenopleiding. Ik vraag hem wat hij van het werk van de studenten en de studenten zelf vond, waarop hij opmerkt dat kunst populairder is geworden de afgelopen jaren en meer een ambiance is waarbij mensen willen horen. ‘Studenten zijn jonge gastjes, met nog maar weinig eigenheid. Vroeger gingen rijkeluiskinderen rechten studeren als ze het even niet wisten, nu is een kunstopleiding ook geaccepteerd. Je ziet heel veel hippe mensen rondlopen op zo’n academie die gaan voor het snelle succes. Een groot deel van de studenten is meer bezig met hun carrière, het zoeken van een high class galerie en het uitstippelen van succes, dan met het ontwikkelen van kunst. Er is haast bij gekomen. Toen ik afstudeerde aan de Ateliers heerste de algemene opvatting dat je eerst een paar jaar ging verdiepen, klooien, experimenteren om vervolgens voorzichtig je werk te tonen.’ Hij vraagt zich af waarom toch iedereen meedoet aan die haastige spoed. Het woord ‘concurrentie’ is volgens hem nog nooit zo vaak gevallen in de kunstwereld als afgelopen jaren en iedereen draagt bij aan de grote slag om aandacht en bestaansrecht. De verdieping, een onvermijdelijk proces dat tijd nodig heeft en inherent is aan het ontstaan van kwaliteit, komt hierdoor in het gedrang. ‘In de vaart zie je wel vaak interessante ontploffingen, maar met dezelfde snelheid verdwijnt dit succes weer.’

We spreken lange tijd over de succescultuur die zich in alle lagen en beroepsgroepen van de bevolking heeft genesteld. Het leven moet een stijgende lijn zijn, kunstenaars moeten zichzelf steeds weer overtreffen en verantwoorden, anders overtreft iemand jou en ben je al snel ‘minder waard’ in de wereld van de faam. ‘De Rijksakademie noem ik een bordeel voor kunst. Het gaat daar bijna niet meer over een opleiding, maar veel meer over CV-opbouw en het opdoen van handige contacten. Het is een carrière-plek geworden waarbij je als kunstenaar op een kwaliteitsschaal wordt gelegd’. Ik vraag hem of hij advies heeft voor kunstopleidingen, ook al is dat advies niet reëel of haalbaar, waarop hij antwoord: ‘Er bestaat niet één advies om dit gegeven op te lossen, ik zou een heel ander type opleiding maken. Daar kan ik je eigenlijk weinig over vertellen, want ik ben er zelf druk mee bezig en ik zit er midden in.’ Mysterieus zwijgt hij daarna, en stuurt het gesprek vakkundig aan op een ander pad.


Zelf maakte David Bade een succesvolle start. Hij studeerde aan de docentenopleiding, omdat de Rietveld academie het ruwe talent in hem niet herkende. Daarna studeert hij gelijk door aan de Ateliers en in zijn tweede jaar (1993) is hij een van de winnaars van de Prix de Rome met zijn tekeningen. Een jaar later breekt hij groots door met zijn tentoonstelling Couplet III van Rudy Fuchs in het Stedelijk Museum. Een regen aan exposities volgt over de hele wereld en in 2004 kiest hij - voor de buitenwereld plotseling-voor hemzelf veel geleidelijker, een andere koers.

Het is interessant dat juist hij pleit voor een tragere voortgang en ontwikkeling van succes. Ik vraag hem hoe het komt dat hij, die zelf een sterrenstart had, vindt dat mensen geduld moeten hebben met hun succes. Daarop geeft hij een tekenend voorbeeld van zoiets als dat succes: ‘de kunstwereld drijft van het ene euforische incident naar het volgende euforische incident. Goed werk kan ook een enorm dieptepunt zijn. Dat heeft ermee te maken dat je je daarna weer moet overtreffen. De stijgende lijn. Ik zal de opening van mijn expositie in het Stedelijk Museum – die ik vrij vroeg in mijn kunstenaarsjaren had - nooit vergeten. Iedereen wilde mijn vriend zijn. Iedereen stond om mij heen, stelde vragen, schudde mijn hand. Ik was jong, populair en continu in gesprek met allemaal interessante mensen uit de kunstwereld. De avond verstreek zachtjes aan en op een gegeven moment waren alle gasten naar huis. Ik stond met mijn toenmalige vriendinnetje tussen alle kunstwerken in een leeg en doodstil museum. De bobo’s waren vertrokken naar de volgende hippe happening. Een beetje stil togen we samen naar de IT waar we aan de deur geweigerd werden, omdat we er niet hot genoeg uit zagen. Op straat hebben we toen maar samen een pizzapunt gekocht die we op de stoep zittend opaten. Dat was een enorme reality check.’


In 2006 stichtte Bade met twee geestverwanten Instituto Buena Bista, nu runt hij de plek alleen met zijn goede vriend, kunstenaar en klankbord Tirzo Martha. Op Curaçao was er weinig op het gebied van kunst op het moment dat Instituto Buena Bista (IBB) wordt opgericht. De kunstwereld in Nederland vond de keuze van Bade maar lastig te begrijpen. Voor de buitenwereld kwam zijn beslissing om te vertrekken naar Curaçao als een verassing, omdat hij zoveel exposeerde en veel werkzaamheden in Nederland en Duitsland had. ‘In het begin werd het helemaal niet begrepen: ‘David is uitgerangeerd, die doet nu alleen nog maar leuk met kinderen’. Juist door alle exposities en doordat ik zoveel meemaakte begon ik ook te twijfelen aan de kunstwereld die zich voornamelijk afspeelde in de galeries, waar hij weinig spannende ‘vooruitgang’ constateerde. Ik vroeg mezelf vaak af: is dit nou mijn toekomst? Door verschillende prikkels, de tijdsgeest, politieke veranderingen en mijn omgeving, ben ik ook een ander parcours gaan lopen - buiten de mainstream kunstwereld. Daar is de IBB uit voortgekomen. Drie jaar geleden kwamen mijn eigen werk en mijn werkzaamheden bij IBB samen in een overzichtstentoonstelling Catch of the day van het GEM en in GEMAK. Benno Tempel kende mijn werk door en door. Hij wilde een overzichtstentoonstelling waarin die twee aspecten samen kwamen. Ik werkte voor GEMAK drie maanden samen met een school, maakte een kunstwerk met de leerlingen voor op het schoolplein. Die mix zorgde voor een heel interessant overzicht van mijn oeuvre.’ (Na dat woord schraapt David zijn keel, en hij moet lachen. ‘Schrijf gewoon maar mijn werk, dat vind ik een mooier woord’ zegt hij vervolgens.)

Hij vertelt me dat het goed zou zijn als een kritische onderzoeker eens met iemand die verstand heeft van psychologie en kunst naar Curaçao zou komen, om het Instituut uit te pluizen en het in kaart te brengen. In de meeste interviews komt namelijk vooral zijn liefde voor de mensen op het IBB naar voren. Enerzijds wil het IBB een inspiratiebron zijn voor bestaande kunstvormen en lokale volkskunst van het eiland een podium bieden, anderzijds wil het platform de nieuwe wegen laten zien die de kunst op het wereldtoneel bewandelt en de mensen die een plek hebben gekregen bij IBB verder begeleiden buiten het eiland om. David zoekt de jongeren die eerst een cursus op het het IBB hebben gehad nog dikwijls op bij de verschillende kunstacademies. Er is veel aandacht voor oud IBB'ers die nu studeren in Nederland. Bade, Matha en twee andere kunstenaars praten met decanen en studiebegeleiders over de voortgang van het studietraject van deze studenten. Bij het Instituut staat educatie centraal, onderwijs dat door de speciale omgeving van het IBB in een bijzondere context komt te staan. (Het Instituut is gevestigd op het terrein van psychiatrische instelling) Het vurige enthousiasme waarmee Bade over Tirzo en de mensen van de IBB spreekt is tekenend. Net zo tekenend als het kennen en groeten van al zijn buren.

Als er één overheersende boodschap uit het gesprek naar voren komt voor kunstenaars, geestverwanten en jonge hippe gastjes van de academie, dan is het de moed en de eigenwijsheid die nodig is om een andere koers te kiezen binnen een wereld die rigide, conservatief en dwingend kan zijn. In de snelle wagen rijden we terug. Het is stiller in de auto, omdat het gesprek nog nagalmt in mijn hoofd. Vermetelheid. Bade lijkt te zijn bevrijd van het juk dat de grootse verwachtingen van de kunstwereld op kunstenaars kan drukken. Zwijgend vraag ik me af wat ik nou graag zou willen doen, maar eigenlijk niet durf.










David Bade houdt een blog blij.
Op 24 augustus is hij in SCHUNCK te Heerlen, waar hij een levenslang contract sloot. Lees hier meer over het project.