Vragen aan Merel de Haan + artikel 'Vrouwen met te kleine handdoekjes (die zomaar in bad gaan)'


Merel de Haan

Mister Motley stelde Merel de Haan, kunstenares en schrijfster van onderstaand artikel, een aantal vragen:

MM: Wanneer besefte je dat je kunstenaar bent?
MdH: Over de vraag wat het is kunstenaar te zijn praat ik vaak met vrienden. Moet het als een beroepskeuze gezien worden? Of als een roeping? Is het iets dat je “bent” of kunt worden?
Niet de antwoorden op deze vragen, maar de gesprekken waartoe die kunnen leiden vind ik eindeloos interessant om te voeren en ze veranderen constant. 
Voor mij zijn er telkens verschillende momenten waarop mijn tekenen tot speciale ontmoetingen of inzichten leidt die bijgedragen aan het vormen van mijn definitie van kunstenaarschap.
Sinds kort noem ik mezelf kunstenaar, maar of dat nou ook betekent dat ik het ben, dat weet ik niet. Het is ook een manier om andere beroepen uit te sluiten. Ik teken gewoon.

MM: Wat is het eerste kunstwerk dat er voor jou toe deed?
MdH: “Geilheid” (1901-1902) van Alfred Kubin. Dat werk zag ik een paar jaar geleden voor het eerst in een boek en het raakte me. De aanblik van de zwarte hond-achtige met de gigantische stijve penis boezemt het meisje angst in, terwijl het dier bij nader inzien een onnozele en vrij zachtaardige indruk maakt. Voor mij gaat het over de verschillen in seksuele energie tussen mannen en vrouwen en het botsen tussen die twee. De man kan een grove, agressieve seksuele kracht bezitten waar hij zich zelf vaak niet van bewust is.
Kubins werken vind ik heel indringend. Toen ik voor het eerst een heel boek met zijn tekeningen had doorgenomen was dat teveel. Ik doe er goed aan om van de soms aan waanzin grenzende werken niet meer dan een aantal per dag te bekijken.

Alfred Kubin, Geilheid, 1901-1902

Aan de muur met de klok mee: Timo van Grinsven, Geoffrey van Dijk, Matthias Schaarman en Sanne van den Elzen

MM:Wat hangt er bij jou thuis boven de bank, of aan de muur?
MdH: Werk van bevriende kunstenaars Geoffrey van Dijk, Matthias Schaareman, Timo van Grinsven en Sanne van den Elzen. We hebben op de academie regelmatig werk geruild of afgekeurd werk van de ander uit de papierbak gevist en bewaard. Met hen heb ik veel bijzondere gesprekken gehad over kunst in het algemeen en ons eigen werk in het bijzonder.

MM: Welk boek zou iedereen moeten lezen volgens jou?
MdH: Ik denk niet dat iedereen het zou moeten lezen, maar voor mij heeft De Tweede Sekse van Simone de Beauvoir voor veel verandering gezorgd. Ondanks dat er inmiddels voor vrouwen heel veel is veranderd vind ik het fascinerend te merken hoeveel ik herken in de vrouwen waar de Beauvoir in 1949 over schreef. Dat ik uitgerekend door een boek dat al zo’n tijd geleden geschreven is aan het denken word gezet over wat het tegenwoordig betekent een vrouw te zijn.
En om bijna alle korte verhalen van Godfried Bomans (gebundeld in bijvoorbeeld Capriolen) moet ik hardop lachen. Hij beziet de wereld met een geheel eigen blik en de manier waarop hij die beschrijft vind ik absurd grappig en heel knap.

Merel de Haan

MM: Als je geen kunstenaar was, wat had je dan willen worden?
MdH: Ik ben nooit echt overtuigd geweest van een bepaald beroep, maar in chronologische volgorde zijn bijvoorbeeld verpleegster, pottenbakster, striptekenaar en modeontwerpster de revue gepasseerd.

MM: Wat was de beste beslissing van je leven?
MdH: Dat ik überhaupt zo nu en dan een beslissing maak.

Merel de Haan

In mister Motley #34 Seks: het achtste wereldwonder verscheen onderstaand artikel over het werk van Merel de Haan.

Vrouwen met te kleine handdoekjes (die zomaar in bad gaan)

Merel de Haan zit in een vol café in Amsterdam en praat ongegeneerd over seks op normaal stemvolume. Ze omschrijft ‘de daad’ of ‘seksuele handelingen’ gedetailleerd en onbehouwen. Ze benoemt ‘het beestje’ bij de naam. Waar veel mensen veelbetekenende blikken werpen en bijna beginnen te fluisteren wanneer het onderwerp een sexy wending aanneemt, of struikelen over het woorden als pijpen, beffen, masturberen, porno, laat Merel deze taal vloeiend uit haar mond rollen.

‘Als kind interesseerde ik me al voor vrouwen en de manier waarop zij worden gemanifesteerd, nagenoeg altijd door mannen met als motor hun hopeloze geile fantasieën. Ik las strips waar rondborstige, lang-gebeende vrouwen ‘zomaar’ in bad gingen, terwijl de mannen met sigaren in hun mond zaken bespraken in de woonkamer. Wanner deze vrouwen met hun platte buiken en kleine voeten uit bad stapten wikkelden zij universeel een iets te klein handdoekje om hun weelderige borsten, om vervolgens onnozel door de woonkamer naar hun uitgebreide kledingkast te lopen. Een vreemde rol die altijd door vrouwen vertolkt wordt. Een man in dit scenario is ondenkbaar. Als klein meisje vond ik dit type vrouw schitterend. Op mijn tiende tekende ik dan ook alleen maar half naakte pin-ups, met slanke tailles, jarretels en handdoekjes om hun pronte billen. De jongetjes uit mijn klas wisten niet waar ze het hadden.
Ik was echter totaal niet met seks bezig, ik kwam uit een ei en nam enkel klakkeloos over wat ik zag. Van seks had ik geen kaas gegeten.

Merel de Haan

Overal waar je kijkt is seks te zien. Erop lettend wordt het enkel meer. Iedereen valt het op; het is een cliché. Maar ondanks de continue aanwezigheid van seks wordt er benepen, soms zelfs stiekem over gesproken. Niemand vraagt je bij een croissantje en zwarte koffie hoe je seksleven eruit ziet, terwijl het voor veel mensen een dagelijks onderwerp is, of je nou wel of geen seks hebt.

Een tijdje geleden op een verjaardag heb ik in de kring eens gevraagd hoe iedereen zich had voorbereidt op ‘de eerste keer’. Bijna alle jongens antwoordden dat pornofilms als gids dienst deden en unaniem waren ze het erover eens dat deze voorbereiding eerder resulteerde in een blokkade dan een dankbaar hulpmiddel. Veel meisjes doken onvoorbereid tussen de lakens, of waren ook al op voorhand afgeschrikt door de gruwelen van internetseks. Ik vind het irritant dat de norm hoe seks te hebben, of hoe seks eruit hoort te zien nagenoeg enkel wordt bepaald door porno. Kunst laat hier angstvallig een onderwerp liggen. Eigenlijk is iedereen verantwoordelijk voor het vertekende pornobeeld dat wij van seks en intimiteit hebben. Hoe meer naakt in your face, des te minder we zijn gaan praten over echte seks en de eigenheid waar iedereen seks mee bedrijft.

Merel de Haan

Toen mijn omgeving notie kreeg van het feit dat ik naakten aan het schilderen was kreeg ik steeds vaker atelierbezoekjes. Vrienden, docenten, vage bekenden, allemaal lopen ze mijn deur plat om te kijken naar de naakte vrouwen en te kijken naar mij. Wie is dat jonge meisje die zoveel bezig is met seks? In plaats van afkeuring krijg ik talrijke intieme, schokkende, hilarische of nooit eerder vertelde verhalen te horen. Soms lijk ik wel een sekscoach in plaats van een kunstenaar; ik bewaar veel eenzame seksverhalen. Bij de meeste atelierbezoeken doen mensen een boekje open, of soms een hele reeks boeken die al jaren staan te verfstoffen in hun hersenkast. Of verhalen diep opgeborgen in harten, omdat het verhaal liever vergeten wordt. Seks gaat hand in hand met schaamte. Ik wordt bijna nooit meer ongemakkelijk van een openhartig seksverhaal, mede omdat het altijd verkapte werkbesprekingen zijn. De context is uiterst ideaal voor iedereen om openlijk te spreken. Schaamte zou haar vriendschap met seks moeten verbreken.

Voor sommigen gaan mijn tekeningen over een liefdevolle muze die één is met de natuur, anderen zien er een brute verkrachting in. Beide opvattingen zijn niet verkeerd, omdat het mijn doel is om seks minder eng en onbespreekbaar te maken. Beledigd ben ik niet wanneer men denkt dat ik seksueel geobsedeerd ben. Ik kan de link tussen seks en mijn werk enorm waarderen, want het betekent dat niet ieders associatie is vastgeroest met pornografische beeldtaal.
Seks in kunst is ook vaak pornografisch: werken waar mensen nauwkeurig vastgelegd seks hebben, waar piemels in voorkomen, penetraties, tongen en tepels. Niets van dat al is in mijn werk te zien. Om seks uit mijn werk te halen heb je fantasie nodig. Wanneer er al kunst over seks op een niet-pornografische manier wordt gemaakt, is dit vaak sinister, eenzaam, extreem of gruwelijk. Over seks zoals de meeste mensen het ervaren wordt nauwelijks aandacht besteed: naakt, knus, soms knullig, maar ongelooflijk fijn. Als daar al kunst over wordt gemaakt wordt het afgedaan als kitsch, zoetsappige, naïef niets-werk, terwijl het doel om juist die alledaagsheid van seks in beeld te vangen ongelooflijk lastig is. Al het rechtlijnige cynisme, de hardheid en rigide manier van seks in kunst stellen me teleur. Wanneer ‘mijn’ boomvrouwen erotisch worden bevonden zie ik een vorm van bewijs dat fantasie niet plat of dood is. Ik ben opzoek naar een andere taal. Daar gaat mijn werk over.

Merel de Haan

Op de academie interesseerde ik me voor erotiek zonder dat er letterlijke seks omschreven wordt. Het verhaal van Odysseus is een schitterend voorbeeld. Daarin wordt een vijgenboom omschreven zoals in erotische boeken het vrouwenlichaam detail voor detail uitgewerkt wordt. Met haar kerven, ribbelingen en rondingen, met een zachte, sappige, zon-doordrenkte vrucht, die lichte weerstand biedt wanneer je haar probeert te plukken en ontdoet van jonge, groene bladeren. De zijdezachte bruin-paarse huid, met lichte haartjes die gekust zijn door de zon. Wanneer je tanden zakken in haar vlees opent de vrucht zich weldadig en verspreidt ze haar een zoete, nazomerse smaak door je mond. Eén en al seks, waarin de zon, de bomen en de dieren een actieve rol vervullen. Of Rococo schilderijen en bouwwerken; de bewegelijkheid, de dynamiek, het ronde, het gladde. Dit zonder dat schilder Jean Antoine Watteau uit die tijd ook maar lichtelijk geassocieerd werd met seks of perversiteiten. De suggestie en zindering uit deze boeken en tijd interesseert me en prikkelen de fantasie tot het maximale.

Momenteel kijk ik naar een documentaire over de rol van vrouwen in de Italiaanse media. Sinds kort trek ik me de vrouwenrol ook echt persoonlijk aan, alsof de afstand tot mijn onderwerp steeds kleiner wordt. Tranen van oprecht verdriet komen naar boven bij het kijken van een dergelijke documentaire. Misschien ben ik een moderne feministe, al kleeft er zoveel negativiteit aan dat woord. Mensen om me heen moeten ook een beetje wennen aan mijn nieuw verworven feministische betrokkenheid. Ikzelf eigenlijk ook wel.’

Merel de Haan