« vorige | volgende »
Nu is het voorbij


Still uit "Ik breek mijn dogma's"

Nu is het voorbij.

Vanaf heden moet ik het zelf doen. Nooit meer zal de koffieautomaat op ArteZ tegen betaling van vijftig cent mij een slap bakje koffie voorschotelen, geserveerd in een papieren bekertje. Geen leraren die mijn werk bejubelen, bekritiseren, prijzen of kraken. Nooit meer zal ik tijdens zelf-ingelaste pauzes een rondje langs mijn rokende medestudenten hoeven maken om een filtersigaret te bietsen. Nooit meer zal ik zelf tijdens de pauzes mijn Gauloises uitdelen aan mijn rokende medestudenten die een sigaret blieven. Ik hoef me niet meer te verontschuldigen naar mijn leraren omdat ik wederom een vol kwartier te laat ben gekomen. 

Nu is het voorbij, nu kan ik me slechts tegenover mezelf verontschuldigen. Nu moet ik sigaretten aan mezelf uitdelen en mijn eigen slappe koffie zetten. Nu moet ik zelf mijn werk bejubelen, bekritiseren, prijzen of kraken.

Mijn leven op de Academie is voorbij.

Still uit "Als ik dan muziek luister"

Het begon onschuldig. Alle technieken die nodig lijken voor het maken van een kunstwerk werden mij in de eerste anderhalf jaar van de academietijd aangeleerd. Kopjes gieten, puntlassen, fotograferen met verschillende sluitertijden en diafragma’s, verf mengen, krijten, anatomietekenen, monteren, plasmasnijden, beeldhouwen, tacken, etsen, hoogdrukken, diepdrukken, breien, verstekzagen, filmen en meer van deze ongein.

Ik heb discolampen gemaakt, modellen nagetekend, een zin secuur geschilderd, teksten gezeefdrukt (dat doe ik nooit meer), websites gemaakt, gammele sculpturen gebouwd, stoelen gestript, lijmpatronen aan elkaar gelijmd, me verdiept in het seksuele leven van de libelle en tot slot mijn oma acht weken lang gefotografeerd.

Ik heb gedanst, gehuild, gelachen, stress gevoeld, ik ben te laat gekomen, op tijd gekomen, trots geweest, heb me geschaamd, ik was jaloers, wilde van studie switchen, ik kreeg een vriend, woonde samen, maakte het uit, woonde alleen, ging terug naar mijn ouders, kwam toch weer terug naar mijn vriend, maakte het weer uit, vergat naar school te gaan, dronk teveel, herpakte mezelf en ging terug naar school.

Still uit "Ik breek mijn dogma's"

En plots,

moest ik kunst gaan maken, Kunst met een Hoofdletter. Kunst waar niet alleen klasgenoten en leraren naar zouden kijken, maar ook de Rotaryclub, mijn ouders, galeriehouder, mijn vrienden en allerhande geïnteresseerden met een mening.

Ik wilde verhalen vertellen, kleine intieme verhalen over de grote zaken. Ik wilde niet schreeuwen en alle aandacht opeisen met veel geweld. Kleine films wilde ik maken, over de nietige eenzame momenten, die ieder mens beleefd. De momenten waarop ik mijn lichaam niet kon voelen, en mijn gedachten de overhand namen. ’s Ochtends brak aan de ontbijttafel met mijn mooiste duster, tussen de troep met een lege agenda voor mijn neus. ’s Nachts verveeld met een tl-buis voor me, mijmerend over de stem in mijn hoofd. De geordende gelabelde schuur van mijn vader verkennend met een zaklamp.

Still uit "'s Ochtends is hij weg"

Ik sprak in het holst van de nacht peinzend, kreunend, bijna fluisterend, verhalen in. Ik koppelde jeugdherinneringen aan mijn grootste angsten, vroeg me af hoe het kan dat ik een kind van mijn vader ben. Ik maakte ruzie met mijn gedachten, heb mijn gedachten voorgesteld als een ander persoon en afgeschilderd als narcist. Zijn de gedachten die ik heb mijn eigen gedachten? Kan ik mijn gedachten sturen? Ik heb me een tweeledig levensbeeld geschetst en ben mijn brein gaan determineren, schaterlachend in pyjama, apathisch naakt of huilend in rokkostuum.

En toen?

Een week lang draaiden mijn beeldbuizen mijn films af. Ik zag mezelf in vijfvoud, liggend op de grond, gehurkt in een hut van spiegels, rokend in een tent van oude lakens, lallend door mijn studentenkamertje. Ik hoorde koptelefoons op een bescheiden niveau verhalen spugen over mijn gedachten. Vrienden geïnteresseerden en familie kwamen langs en zagen en hoorden mij op mijn kwetsbaarst. Mijn moeder moest huilen, mijn vader werd verlegen, bezoekers voelden zich geïntimideerd door mijn geëxposeerde fragiliteit. En ik? Ik wist niet of ik lachen moest of huilen, voelde me met vlagen ongemakkelijk en nam met enige verlegenheid complimenten en lovende analyses van mijn werk aan.

Still uit "We zijn blij"

En nu?

Mijn beeldbuizen heb ik opgeborgen in het atelier, de dvd’s heb ik met zorg teruggestopt in hun doosjes, de behuizingen van de televisies heb ik uit elkaar geschroefd en systematisch uit het zicht opgeslagen. De expositie is voorbij. Mijn werk is ontdaan van stroom en de televisies zijn nu zwart. Wat ik ga doen? Hard op zoek naar plekken en mogelijkheden om de wereld mijn films te tonen. Films blijf ik maken, mijn brein blijft een permanente bron van inspiratie, eenzame alleenige momenten blijven zich voordoen. Genoeg afgestudeerden met mij, hunkeren naar ruimtes om hun werk tentoon te stellen. En schrijven? Er is geen rijkere manier om je gedachten vorm te geven in geschreven en gesproken taal. Ik zal blijven zoeken naar plekken en manieren om mijn schrijfsels en gedachten de wereld in te sturen, een medium als deze biedt mij via dit artikel bijvoorbeeld een kans. Ik heb hoop.

Ik ben verliefd op kunst en wil haar bij deze ten huwelijk vragen.

Lieve kunst, wil je met me trouwen?

Still uit "Als hij nadenkt"

| | | tag - Eindexamens, Thijs Tittse, Leven na de academie | 2 reacties
M | 18 juli 2013 12:37

op een academie moet je geen kunst te maken

Jo Brunenberg | 21 augustus 2013 09:59

Mooi werk!

Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *