« vorige | volgende »
De kat van Picasso


Jeroen Krabbé, Dum Vivimus Vivamus, Museum de Fundatie, Zwolle

In de loop der jaren zijn er verschillende onderzoeken gedaan naar kindertekeningen. Aan kindertekeningen valt veel af te leiden, de ontwikkeling van een kind is er bijvoorbeeld in terug te zien. Elk kind doorloopt een aantal fases binnen het tekenen, die in de inhoud en techniek van de tekening goed te herkennen zijn. Zo beginnen kinderen met de zogenoemde ‘sporenfase’. Dit is hun eerste ontmoeting met het tekenen, waarbij ze zich verbazen over het feit dat ze met een handeling een spoor kunnen achterlaten op papier. Op een gegeven moment kun je inzicht krijgen in de persoonlijke belevingswereld en eigenschappen van het kind. Kinderen tekenen dan in een soort van code, de tekening stelt dan bijvoorbeeld ‘ons huis’ voor. Allerlei onderwerpen uit het dagelijkse leven passeren de revue. Zo was de rode kater die mijn ouders destijds hadden vaak terug te zien in mijn eigen kindertekeningen. Zo beeldde ik de kater groter af dan mijn moeder, terwijl ze naast elkaar op het gras zitten.  

Er is een onderzoek gedaan naar de invloed van cultuur op de kindertekening. Zo tekenen alle kinderen vaak huizen met ramen die een kruissponning in het midden hebben, misschien herinner je dat nog wel van je eigen jeugdtekeningen. Dit is eigenlijk een heel eigenaardig fenomeen en hier is ook geen echte verklaring voor, want de meeste ramen die je tegenwoordig ziet hebben helemaal geen kruis in het midden. Het is dus niet bepaald een afbeelding van de werkelijkheid zoals ze die dagelijks tegen komen. Ook zie je altijd huizen met rokende schoorstenen afgebeeld (terwijl ook dit heel weinig te zien is, zeker niet in de stad). Ondanks onverklaarbaarheden tekent een Afrikaans kind niet hetzelfde als een Nederlands schoolkind.

Kinderlijke fantasie is goed terug te zien in de tekeningen, alles kan en alles mag. Boten kunnen vliegen in de lucht, bomen groeien op z’n kop en fantasiewezens leven naast mensen. Ook in de kunst is de invloed van kindertekeningen terug te zien. Een voorbeeld hiervan is het welbekende Cobra een stroming die zich liet inspireren door primitieve kunst en kindertekeningen.

Een ander verhaal is Jeroen Krabbé: hij gebruikt als uitgangspunt voor een serie schilderijen zijn eigen kindertekeningen die zijn vader zorgvuldig voor hem bewaarde. Hieruit ontstaat nieuw werk, wat ook wel gezien wordt als een geschilderde autobiografie van zijn jeugd. Zelf zegt hij erover: “Ik vond het fantastisch om er aan te werken. Dit was een ontdekkingsreis van mezelf, zoals een ander een autobiografie van zichzelf zou schrijven.”

Het werk is een onderzoek naar zijn jeugdjaren, waarin veel opvoedkundige invloeden van zijn vader Maarten Krabbé terug te zien zijn. Maarten was tekenleraar en didacticus en hechtte een grote waarde aan de verbeeldingskracht van kinderen. Hij stimuleerde zijn leerlingen om te creëren vanuit de fantasie. Ook het experiment moedigde hij aan. Vaak las hij in de lessen zijn eigen poëtische verhalen voor, zodat er voor de kinderen een fantasievolle ruimte ontstond waarin ze alle vrijheid hadden om aan het werk te gaan. Maarten probeerde destijds deze lesmethode uit op zijn zoon Jeroen.

Jeroen Krabbé, Dum Vivimus Vivamus, Museum de Fundatie, Zwolle


Momenteel wordt zijn werk getoond in de tentoonstelling ‘Dum Vivimus Vivamus’ in Museum de Fundatie te Zwolle. De betekenis van dit Latijnse spreekwoord is ‘Laat ons leven zolang we leven’, een spreuk die hij al van jongs af aan van zijn ouders heeft meegekregen, te beginnen met het kaartje wat voor zijn geboorte werd gemaakt en waarop deze spreuk staat. De boodschap om iets van het leven te maken draagt hij altijd met zich mee. Aan zijn kindertekeningen die hij verwerkt in zijn schilderijen, kun je zien dat hij veel heeft meegekregen van zijn vaders kunstopvoeding die trouw op de achterkanten van alle tekeningen schreef wat Jeroen als kind erover vertelde. Zo zei hij over een tekening die hij als driejarige maakte: “Dit is Leonardo Da Vinci, die zit aan zijn spinnewiel vast en kan niet meer bij zijn schilderijen komen”, of: “Ik denk dat het een poes van Picasso is”.

Jeroen zocht naar aanleiding van de kindertekeningen familiefoto’s die in diezelfde tijd gemaakt zijn en die hij combineert met de tekeningen om het verleden levendig te herleven. Tijdens zijn maakproces blikt Jeroen terug op die tijd en komt hij er achter dat hij een alleen en onzeker kind is geweest die vluchtte in het tekenen. Dit herinnert hij zich niet zozeer, het besef komt pas tijdens het maken van de schilderijen, wat voor veel emotie zorgt.

De tentoonstelling is nog tot 17 november te bezichtigen in Museum de Fundatie te Zwolle. Zeker als je het vernieuwde gebouw nog niet bekeken hebt, is het zeer de moeite waard om er een dagje voor uit te trekken en het museum te bezoeken. Voor meer informatie, bezoek de website.

Jeroen Krabbé, Chagall-vis, 1955, gemengde techniek, 189 x 147 cm, 2011-2012

Jeroen Krabbé, Dat wat ik nog niet weet, 1948, gemengde techniek, 189 x 147 cm, 2011-2012

Jeroen Krabbé, Uilenboom, februari 1955, gemengde techniek, 189 x 147 cm, 2011-2012



| | | tag - Jeroen Krabbe, Fundatie | laat een reactie achter
Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *