ARCHIEF

Wonen en wonen

Inleiding
Hanne Hagenaars
’s Nachts jagen de beelden door mijn hoofd. In mijn dromen heerst de onrust van het dakloos zijn, in een huis wonen en weten dat je daar niet hoort, door eindeloze gangen dwalend op zoek naar de kamer die voor jou is. Huis is thuis en een kostbaar goed. Hoe belangrijk een eigen plek is realiseerde ik me op een ochtend in Utrecht. Ik fietste naar het station. In een van de tunnels stond een enorme vierkante kartonnen doos. Ik fietste verder en zag plots een slaperig junkenhoofd met piekhaar er boven uit steken. En toen zag ik de pornoplaatjes aan de binnenkant van de doos, als een poging om het toch nog gezellig te maken in die doos. Zelfs de junk in dedoos probeert er iets eigens van te maken, al is het dan met pornoplaatjes.

Een gewoon huis is eigenlijk een soort stenen doos om in te wonen, het is de hoes die je verder zelf in mag richten. Waarom heeft iedereen dan toch eenzelfde interieur van woonkamer, keuken en slaapkamers? Architecten en de geldende regels zijn blijkbaar zo dwingend in het ontwerp van een huis dat het weinig speelruimte laat voor de bewoners. Een huis met vier gelijke kamers bijvoorbeeld, zodat je als gezin zou kunnen wonen als in een studentenhuis, met ieder een kamer en een gezamelijke keuken met een tafel.
Maar goed, het huis, de hoes, die staat er dan. Je krijgt de sleutel en mag naar binnen. Wat neem je mee? Mijn laatste verhuizing was van een heel groot huis naar een klein kabouterhuisje. En ik dacht op zen-achtige wijze dat ook deze verandering iets goed met zich mee bracht: de verhuizing gaf me de kans om opnieuw te beginnen, om me te ontdoen van materiële ballast. Ik gaf van alles aan iedereen cadeau, verkocht wat grote spullen en er was maar een klein busje nodig om te verhuizen. Veel spijt, later. Veel spijt.
De dingen bleken niet enkel materie te zijn, ze zaten tjokvol herinneringen, soms bleken ze achteraf toch handig of weggedane boeken bleken naderhand bij het schrijven toch weer onmisbaar, maar wel weg. Met weemoed dacht ik terug aan mijn grote tafel, 4 meter lang, nee ik weet het, hij paste echt niet in mijn nieuwe huis, toch miste ik die tafel. Het nieuwe huis heeft schuine muren, waar kan ik de tekeningen hangen? Dan maar naar zolder. En daar op zolder verzamelen zich opnieuw de ‘overtollige’ spullen.

Het gebrek aan ruimte spookte in het begin vaak door mijn hoofd: waar kan de strijkplank staan, waar kan de was drogen, voor meer dan vier mensen is geen ruimte in de keuken en ik heb geen tafel in mijn woonkamer. Tot ik op een dag las over de kunstenaar Andrea Zittel die klein wonen tot kunst heeft verheven en wiens werk bomvol ongebruikelijke oplossingen zit. Sindsdien is mijn huis nog hetzelfde maar mijn idee er over anders. De inrichting ook want de huiskamer is opgeheven. De dromen zijn nu langzaam weggetrokken uit mijn hoofd, het is er rustig, anti-kraak.

Hanne Hagenaars,
Hoofdredacteur

Lees meer »

datum
trefwoord(en)
1 2 »