ARCHIEF

In gesprek met de curator van Memento Mori

Mister Motley reporter Osira Verspyck bezocht de tentoonstelling Memento Mori in IJmuiden. Ze sprak daar met curator Pietsjanke Fokkema.

Angst voor de dood is een natuurlijke en meest fundamentele angst. Wanneer je deze angst echter niet trotseert loop je het risico een doods leven te leiden. Je moet af en toe kunnen sterven om goed te leven. De dood is een inherent onderdeel van het leven.

In IJmuiden werd onlangs de expositie Memento Mori geopend (zie ook de agenda van Mister Motley). Memento mori, latijn voor ‘gedenk te sterven’ of vrijer vertaald ‘onthoud dat je sterfelijk bent’, is een van oorsprong Romeinse spreuk. Een spreuk die aansloot op het ‘carpe diem’. Bedenk dat het elk moment met je gedaan kan zijn, dus leef hiernaar. Het memento mori werd overgenomen door het christendom en kreeg hiermee een iets andere betekenis. Namelijk ‘leef er niet te veel op los, houd rekening met het laatste oordeel.’ De expositie Memento Mori, met als thema de dood, geeft een nog weer andere interpretatie aan de uitspraak.

Curator Pietsjanke Fokkema: ‘Ik wilde bewust de dood brengen als een onderdeel van het leven, dat overal en altijd aanwezig is en absoluut niet eng; hooguit onbekend. De dood is enkel een deur. We weten alleen niet wat daarachter gebeurt. Het leven bestaat bij de gratie van de dood; ze kunnen niet zonder elkaar. Het is dus aards, lichtvoetig, gewoon, diepgaand. Net zoals het leven zelf. Dit zijn mijn achterliggende gedachten bij de tentoonstelling.’

Fokkema was zelf bezig met het vervaardigen van een kruisafname (het in de Katholieke kerk veelvuldig in beeld gebrachte tafereel waarbij Christus van het kruis wordt gehaald) toen ze werd gevraagd een tentoonstelling op te zetten. Dit werk dat de aanleiding gaf voor het thema van de expo is reeds ter ziele gegaan, maar de 14 kruiswegstaties (de lijdensweg van Jezus in verschillende afbeeldingen) van Danielle Lemaire vormen wel onderdeel van de tentoonstelling over de dood.
Naast de kruiswegstaties zijn er ook tekeningen van Lemaire waarin de gewone man contact met het hiernamaals probeert te zoeken, zoals in Séance.
Een tekening van Paul Nassenstein, kamer 317, doet denken aan een eigentijds vanitsschilderij met IKEA-meubeltjes die de zinloosheid van het materiële bezit aanduiden. Ze staan in doodsheid opgesteld, met her en der een lege verhuisdoos ernaast. Een tekening die met zijn overheersend roze de vrolijke noot van de expo verbeeldt. Ook hier heeft Fokkema bewust voor gekozen.

De expositie is opgezet langs elke vrije associatie die de verschillende kunstenaars met de dood hadden. Fokkema: ‘Ik heb kunstenaars gekozen die niet heel nadrukkelijk met de dood bezig zijn; maar de dood erkennen als onderdeel van het leven. Elke kunstenaar heeft zo zijn eigen invulling van de dood; op beeldend niveau een eigen verbeelding. Het gaat om beeldende kunst, dus het gaat over hoe de dood in het beeld betrokken wordt. Ik wilde geen kunstenaars die nadrukkelijk met schedels en skeletten werken, geen kunstenaars die altijd al met het thema dood worden geassocieerd. De dood zit in alles en de dood kan dus ook in alles verbeeld worden.’

Zo zijn in de werken van Jonika Alders allerlei elementen te vinden die je met dood of sterven kunt associëren, maar vertelt Pietsjanke Fokkema: ‘Jonika moet altijd aan de dood denken wanneer ze gezichten tekent.’ Een andere kunstenaar, Paul de Reus, refereert in zijn werken directer aan de dood; het vergaan in de aarde is een terugkerend beeld.
Fokkema heeft haar kruisafname niet getoond in deze expo, maar bleef het christusbeeld wel gebruiken voor haar werken rondom het thema van een verbroken relatie. De christus geschilderd door Holbein stond model: ‘Ik heb de dode Jezus, zoals hij in de beeldende kunst vaak voorkomt, gebruikt om mijn gevoelens over een man te verbeelden. Omdat deze tentoonstelling in IJmuiden is, omdat ik mijn IJmuiden heb moeten verlaten, heb ik een andere liefde, namelijk mijn plek die ik had hier in IJmuiden, ook in de tekening betrokken. Veel afscheid en veel loslaten.De vechtende ridders hebben met een ander aspect te maken. Mensen houden van vechten, houden ervan met elkaar te vechten. Vrede is een onderdeel van het leven, maar ook al het vechten. Net als het leven en de dood. Dus het is mijn gevecht om alle aspecten een plek te geven.’