ARCHIEF

Barbaren!

Inleiding

De (eerste) blik

Meegevoerd door de roes van de geruchten dat er goud te vinden was, trokken de drie gebroeders Leahy in 1930 naar de binnenlanden van Papoea Nieuw Guinea. In hun onafzienbare sliert bagage bevonden zich opmerkelijk genoeg een camera en films om de komende avonturen mee vast te leggen. De documentaire First Contact toont de blikken van de bewoners vol verbijstering en ongeloof. Zonder enig vermoeden van andere mensen op deze aarde duiden ze deze nieuwe ongekende witte wezens binnen hun eigen denkwereld. ‘Wij hadden zoiets nog nooit gezien. Wij dachten dat het onze voorvaderen waren. Dat de geesten van de voorouders waren teruggekomen in een witte gedaante’.
Paul Faber beschrijft in zijn tekst hoe in de 19e eeuw de Japanners een Nederlander omschreven als een grove, plompe onaangenaam ruikende barbaar met een grote neus en rood haar. De Nederlanders zagen dat uiteraard heel anders want over en weer bekijken mensen elkaar met een superieure blik en pogingen om hierover na te denken worden tegengehouden door de hardnekkige insteek om de eigen wereld als ‘de best mogelijke aller werelden’ te beschouwen. Toch werkt iedere simplificatie van identiteit, iedere cliché over een volk en een ander mens als een gevangenis, waarvan de sleutel dan onder de eigen voormat is weggemoffeld.
Op televisie wordt de wereld vanuit alle hoeken en gaten getoond en dankzij de welvaart trekt de westerse mens er massaal op uit om die andere wereld te leren kennen (al blijft de vraag wat we daar nu werkelijk van oppikken). Tegelijkertijd verdwijnt ‘het exotisme’, in het westen moeten we het ideaal van de exotische natuurmens bijvoorbeeld wel opgeven want deze Pygmeeën en Papoea’s rijden tegenwoordig ook in auto’s, al willen ze voor de toeristen nog wel eens ‘doen alsof’. Bijna ieder gehucht, waar dan ook, kent de rest van de wereld via de televisie en door contact met de toeristen. De wereld wordt als maar kleiner en culturen worden gelijkvormiger. Het exotische is dichterbij gekomen want mensen uit alle landen van de wereld wonen nu in ons land, om de hoek. Maar ook kent Nederland z’n eigen subculturen die je exotisch zou kunnen noemen: de Tokkies, de streng gereformeerden of de groep kinderen die kunstenaar Joost Conijn filmt in Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl (2004). Dat zijn in feite allemaal exoten in eigen land. Het is duidelijk dat het positieve blik naar de exoot ieder moment kan omslaan in het negatieve afschuw voor de barbaar. Als de verre exoot te dichtbij komt sluipt de angst voor de ander er in. In dit nummer komen wit en zwart, Aussies en een Armeniër en de schoonmakers van de nacht aan het woord om hun kijk op de andere mens te verhelderen. Want gelukkig is het altijd de ander die de barbaar is.

Hanne Hagenaars

Lees meer »

datum
trefwoord(en)
1 2 »