ARCHIEF

Op straat

mister Motley op straat

De stad is mijn terrein. Soms hou ik ook best
van de natuur maar in de stad is zoveel meer
te zien en te ontdekken. In de stad wordt le -
lijk weer mooi, fabrieken steken hun torens
tegen de skyline, vuilnis ziet er uit als een
winkel van Sinkel, er kan altijd wat tussen
liggen dat ik graag wil hebben. Ik kom ogen
te kort. De kunstenaar Jan Rothuizen heeft
de stad tot zijn atelier gemaakt, daar vindt
hij de ingrediënten voor zijn werk. Kunstenaars
zoals Jan hebben me middels hun
werk een extra paar ogen gegeven. Lopend
door de stad zie ik meer, door de herinnering
aan de kunstwerken die ik ooit heb gezien.
Stukjes gebroken autoglas schitteren als de
Cityjewels van Jeroen Jongeleen. Peuken op
de stenen, zo uit de auto gekieperd, zie ik op
straat steeds opnieuw na een foto van Hans
Aarsman. Misschien leg ik mijn oor tegen een
straatlantaarn, soms praten ze zoals ooit bij
een werk van Slominski.
Meestal pak ik de fiets. Wandelen is natuurlijk
de beste manier om goed om je heen te
kijken, om inspiratie op te doen, om contact
te maken. Maar ik hou van fietsen. Daarom
wil ik ook niet verhuizen naar een ander
land. Als een molletje met de metro, als een
directeur in pak met de auto, niets voor mij.
Ik hou van wapperende haren, regenpakken,
een beetje strijd tegen regen en wind.
Agressie en normen vliegen me steeds meer
om de oren zodra ik buiten ben. De buitenruimte
is een normerende machine, een plek
waar je je moet gedragen. Ik ben voorzichtig
want mensen spelen soms zelf voor rechter.
De ontmoeting met anderen is tegelijkertijd
juist het pluspunt van de deur uit, de straat
op. Andere meningen, andere levens, andere
smaken. De openbare ruimte is een vreemd
dampig niets waarin de geur van friet is
gemengd met die van gewassen of ongewas-
sen kledingstukken, wolken parfum of
adem met de geur van de knoflooksaus van
gisteren. Een samengaan van flarden zonder
substantie: ja dat is zeker openbaar!

Lees meer »

datum
trefwoord(en)
1 2 »