ARCHIEF
Archief » Blog » Homepage »

Michiel van Nieuwkerk in gesprek met Hans van Houwelingen



MN: 'Waarom wilde je kunstenaar worden?'
HH:'Het kwam direct voort uit een frustratie vanuit de psychiatrie: ik was B verpleegkundige omdat ik mezelf had wijsgemaakt dat ik graag met mensen wilde werken, maar kwam er achter dat ik dat helemaal niet zo leuk vond. Ik heb toen radicaal ontslag genomen; pathetisch stapte ik op. Toen ben ik gaan reizen, zonder geld, en kwam terecht in een kibboets in Israël. Daar las ik Narcis en Goldmund van Herman Hesse waarin iemand zijn ware bestemming zoekt, uit het klooster stapt en beeldhouwer wordt. In diezelfde periode stierf mijn vader en ik nam het radicale besluit nooit meer iets te doen wat ik niet leuk vond. Daardoor kwam de stap om kunstenaar te willen worden opeens dichtbij.
Van huis uit had ik dat niet meegekregen. Ik kom uit een soort van aardappeleters gezin. Toen ik De avonden van Reve las dacht ik serieus dat dat nog wel meeviel , bij ons thuis was het saaier. Ik ontdekte de wereld op eigen initiatief.'  

MN:'We slaan even een paar stappen over. Je bent op de academie, hoe ervaar je die periode?'
HH:'Als een goede tijd. Vanaf het eerste moment was het leven aangenaam, sinds die tijd geen moment verveling meer gehad. In Groningen gaf een strenge docent les, zo’n docent die je de rest van je leven niet meer vergeet. Zelf was hij niet zo’n goede of beroemde kunstenaar maar de kernachtige dingen die hij zei, kwamen hard aan. Een man die niet snel tevreden was. Voor mijn afstuderen maakte ik een enorm groot beeld, een liggend naakt. Ik kwam er helemaal niet uit, maar ik werkte er wel dag en nacht aan. Voor mijn eindexamen dacht ik: het is niet goed genoeg, heb het vernietigd en kreeg ik op mijn eindexamen een tien. Hij vond het fantastisch dat ik kon zien dat het beeld niet de moeite waard was om te bewaren. Geen cynische tien, een welgemeende tien. Later kwam deze docent naar mijn eerste tentoonstelling op de Rijksakademie waar ik abstracte objecten liet zien. Daar had hij niets mee. ‘Ik vind er geen reet aan, maar ik ben blij te zien dat je voor het eerst je eigen weg inslaat.’ Hij had een goed gevoel voor wat je als mens nodig hebt.'

Harnassen

MN:'Wat is dat? Je eigen weg vinden? Is het bij jou door politiek gedreven?'
HH:'Bij mij is dat een gevoel van bemoeizucht. Bemoeizucht waar ik beeldende kunst bij nodig heb, of omgekeerd. Bemoeizucht en beeldende kunst, dat pakket samen is een uitstekende combinatie. Ik wil me bemoeien met de wereld, die drang werd steeds politieker. Kunst is individueler dan politiek, asocialer. De een zal iets als een kunstwerk beschouwen, de ander niet. Ik kan me goed vinden in de formulering dat ik een bemoeizuchtig kereltje ben door van alles te doen, door ‘beelden’ neer te zetten in een wereld die bestaat uit beeldvorming, het werk komt voort uit de drang iets te maken willen hebben met de wereld.'

MN:'Moet het publiek dan ook op een bepaalde manier reageren?'
HH: 'We leven in een vrij land. Dat zijn lastige vragen. Als kunstenaar wil je natuurlijk heel graag dat het publiek (ik vind dat een rare term) op een manier over jouw werk denkt zoals je dat graag wilt. Een zekere dominantie in kijkrichting, ik zou het fijn vinden als die gestalte kan krijgen, maar dat is bijna nooit te controleren.'

MN:'Zit er een rode draad in de boodschap die je hebt?'
HH: 'Ja ik begeef me in een wereld die wordt bepaald door de mensen die zich met politiek, economie en cultuur bezig houden. Dat zijn de drie grote pijlers. Het is me een doorn in het oog dat in die driehoek de cultuur zichzelf mineur acht, zich lijdzaam is gaan opstellen en zich institutioneel heeft opgepot.'

Hagedissen op het Leidseplein

MN: 'Wat bedoel je met institutioneel?'
HH:'Nou, als een kunstenaar wordt gevraagd, hoe het met zijn werk gaat, dan noemt hij het instituut - galerie, beurs, museum - op waar zijn werk wordt tentoongesteld. Op zich niets op tegen, maar als culturele macht treedt de cultuur altijd op in een passieve rol, op de plek die door politiek en economie is toebedeeld. Dat vind ik jammer, de gevolgen zie je bijvoorbeeld in veel winkelstraten die volslagen zijn verkloot omdat de politieke en economische belangen belangrijker werden gevonden dan culturele. Een kunstwerkje in zo’n straat helpt daar niets meer aan, is eerder een bevestiging van die treurnis.'

MN: 'Wat noem jij verkloot?'
HH:'Het stadsgezicht legt het af tegen de logo’s van de winkelketens die een hele benedenlaag van het stadscentrum permanent hebben weggeslagen. Het culturele belang van stedenbouw is hier dus geofferd voor het marktbelang van winkelstraten.
Dat zie je nu ook duidelijk in de politiek, in de morele superioriteit van het verdienmodel. Onlangs zat ik in een politiek debat met een PVV’er die stelde dat omdat hij zijn eigen broek op kon houden - zo heet dat tegenwoordig - hij een belangrijker mens was dan iemand die twintig jaar op een cello studeert, prachtige muziek maakt, maar er nauwelijks mee verdient. Het prioriteiten stellen in deze samenleving heeft te maken met de machten die daar liggen.'

MN: 'Ben je een soort van revolutionair?'
HH:'Nou nee. Dat vind ik ook weer zo’n term. Ik vind, net zo als jij waarschijnlijk, dat er soms iets met de wereld is. Soms vind ik ook dat ik er iets mee moet. Daar hoeft dan niet iedereen het mee eens te zijn. Vaak ook zijn politiek incorrecte zaken heel spannend om over na te denken. Op het moment dat geëngageerde kunst vooral op het kunstinstituut is georiënteerd, is er ook een bepaalde consensus over het doel van die kunst. Als je als kunstenaar iets doet dan weet je ook in je achterhoofd dat je je verhoudt tot het instituut dat je werk toont, dus is kunst over het algemeen politiek correct van aard, net zoals het instituut.'

MN: 'Waarom is dat dan? Omdat je daar betaald door krijgt?'
HH:'Ja, en om sociale waardering, kunstenaars willen graag de wereld beter maken. Maar iemand als Arno Breker, die in de nazi tijd een beeldtaal bedacht die productief was voor de zaak van Hitler deed uitstekend werk. Volstrekt politiek incorrect, maar wel zeer effectief en indrukwekkend en daar kun je denk ik veel van leren. Dat je met kunst macht kunt uitoefenen en dat die macht dan ook een verkeerde macht kan zijn. Hiermee zeg ik niet dat je immoreel mag zijn, maar dat je over-moreel moet zijn.'

Het gesprek tussen Michiel van Nieuwkerk en Hans van Houwelingen vond plaatst tijdens het Studium Generale van de kunstacademie in Den Haag. Dit interview is slechts een fragment uit het gehele interview. Het hele gesprek zal binnenkort gepubliceerd worden in een magazine dat de Kabk zal uitbrengen naar aanleiding van alle lezingen van het Studium Generale en zal te lezen zijn op de website van het Studium Generale.

Zuil van Lelie

| | | tag - Michiel van Nieuwkerk, Hans van Houwelingen | laat een reactie achter