ARCHIEF
Archief » Blog » Homepage »

Als de kamer al vol is - Sara Barbosa de Campos over haar performance op Art Rotterdam



For English scroll down
Een nabeschouwing van alle verwachtingen.Hoe het zou zijn, denk ik dat het is als een etalage. Mensen lopen snel voorbij, sommigen begeren wat te hebben, anderen zijn slechts nieuwsgierig naar het ervaren van zo'n groot en bekend evenement, waarbij veel terugkerende namen in de kunsten nu samengebracht zijn in twee lagen pre-fabconstructies en onder spotlicht. Ondanks dat de realiteit lijkt te kloppen met mijn verwachtingen, veranderde er iets door zelf daadwerkelijk aanwezig te zijn, om te beslissen hoe de werken tentoongesteld moeten worden in ruimtes van 5 x 5 m2.

Ik zag niet veel kunstenaars om me heen en ik begreep ook waarom. Als een kunstenaar een ruimte bekijkt, een startpunt voor de kunst die hij/zij maakt, zal de omgeving van een kunstbeurs een zeer moeilijke presentatieplaats zijn, omdat er al zoveel beslissingen gemaakt zijn voor hem. Licht en ruimte zijn al verdeeld door de infrastructuur voor de werken. Op deze manier is het idee van artistieke diversiteit overgenomen door de homogene presentatiemethode. Wat gebeurt er dan met de kunst die zich richt op deze elementaire condities als de basis voor artistieke creatie? Is het mogelijk een soort concentratie te bereiken voor het werk in deze opstelling? Hoeveel is het waard om vraagtekens bij deze ruimte te zetten?  

Het feit is dat met het werken in deze omstandigheden, of in andere woorden, moeilijkheden, ik vragen zou kunnen stellen over met wat voor soort ruimte ik mee te maken had en hoe ik iets beters zou kunnen maken voor de kunstwerken, zonder compromissen te sluiten. Ik nam deze positie in vanuit opwinding, niet vanuit extreem verzet. Maar vanwege het niet willen sluiten van compromissen tussen het werk en de presentatieruimte, die de structuur afdwong, resulteerde het in een soort verwijdering en ik ben er niet zeker van wat de consequenties daarvan zijn.

Ik observeer dat de bezoeker van de beurs meestal niet een positie wordt gezet waarin hij de kunst kan omarmen. Het bewegen door de ruimte wordt beheerst door de gangen tussen de ruimtes en je hebt de neiging om op afstand te blijven. Het punt om hier vraagtekens bij te zetten was om de afstand tussen de bezoeker en het kunstwerk te verkleinen en om een manier te vinden waarop je de kunst kunt omarmen, en deel kunt zijn van een ervaring in plaats van een afstandelijke positie in te nemen.

Na een lange dag van schuiven met kunst, begon de ruimte iets te inspireren, althans in termen van hoe ik de bezoeker naar binnen zou kunnen trekken en de beelden te ontdekken, in plaats van erbuiten blijven staan. Hoewel er gebeurde iets door het verzet tegen het massaal tonen van alle beelden. Wanneer je langs de ruimte liep, was er niets te zien behalve flikkerende lichten die uit een projectie kwamen en het geluid van mensen die ademenden, fysieke uitputting. Ik kwam die nacht thuis met een oncomfortabel gevoel over of deze presentatiemethode iets zou bereiken, of het mogelijk zou zijn om de afbeeldingen te onderzoeken en tijd door te brengen met kunst, of dat het opgeblazen zou zijn door de context, verdwijnend in het niets.

Misschien is het al genoeg om deze vraag te formuleren...


Voor de opening wilde ik een live performance laten plaatsvinden in de ruimte. Ik werkte met een performer die op klei liep tot ze geen zin meer had. Het stappen heeft anderhalf uur geduurd, met allerlei variaties, bewegingen en vormen die het lichaam kon maken, vertrouwend op zoektocht naar een stem in de klei.

Het werd me op een gegeven moment duidelijk wat er voor mij aan ontbrak. Het was een omarming met de vraag van kunst als menselijke activiteit, een relatie tussen mens en mens en mens en object. Binnen die voorgeconstrueerde omgeving werd het een uitdaging om deze vragen een stem te geven, maar ook een noodzaak.

Zoals wel blijkt zijn er veel meer vragen dan conclusies. Door het werk en de korte tijd die ik doorbracht op de beurs, vanwege financiële redenen, het gat tussen een treinkaartje kunnen vooroorloven en 4 euro te betalen voor een glas water, de manier waarop kunst tentoongesteld wordt, er naar gekeken wordt en het feit dat niet veel kunstenaars überhaupt aanwezig zijn om hun werk te installeren, liet me realiseren dat de extremiteiten tussen de productie van kunst, werkomstandigheden en hoeveel hiervan zichtbaar wordt voor een publiek aanwezig is, in termen van laten zien waar kunst maken om draait.


When the room is already full
On Art Rotterdam


After going through all the expectations and imagining how it would be like, dealing a bit with a shop window, fast pace of people passing by, some craving to have a bit of art of their own, others just curious in experiencing such a big publicized event where a lot of the re occurring names in the arts are now to be found incredibly condensed and compact under the two layer of spotlights and pre-fab constructions.
Although that reality seemed to fit some of my expectations, something changed when actually being present, having to decide how to display the works in a 5x5 m2 booth.

I did not see that many artists around and I understood why. If an artist would be considering a space, the point of departure for the art he/she was making, the scenery of an art fair would be a very difficult place for presentation, since so many decisions were already taken for you, light and spatial divisions are already the given infrastructure for the works. In this sense, the idea of artistic diversity is taken over by the homogenous display, the fixed format of the booth where the galleries search to make visible their leading identity through the work of artists that are no longer present in this kind of discourse.
What happens then to the art that focuses on these elementary conditions as the basis for artistic creation? Is it possible to achieve a kind of concentration for the work in this kind of setting? How much is it even worth to question this space?

The fact is, that by working with these conditions, or in other words, difficulties, I could question what kind of space I was dealing with and how I could create something better for the work without compromising it. I took up this kind of reality as an exciting departure rather then an extreme resistance. But because of not compromising the work in the kind of display that the structure was imposing, it became indeed a kind of removal and I’m not sure what the consequences of this are yet. I observed that the visitor of the fair is usually put in a disengaging position towards the art. The dynamics of moving around the space are being directed through the corridors in between the booths and you tend to stand outside looking in a distance. The point of questioning this was to get to shrink the distance between the visitor and the work and to find a way that you could engage, and be part of an experience rather then taking a distant position.

After a long day of moving things around, the booth began to inspire something, at least in terms of how I could engage the visitor into coming inside and explore the images, instead of standing outside, in the passage way. Although, something was starting to happen by resisting in showing all the images at once, when you would pass the booth, there was nothing to see but a flickering light coming out of a projection and a sound of people breathing and physical exhaustion. I came home that night with an uncomfortable feeling of whether this kind of presentation would arrive anywhere, if it would be possible to explore the images and spent time with art, or if it would be rather swollen up by the context, disappearing in thin air.

Perhaps it is already enough to be able to formulate the question in the first place…
For the opening, I proposed to have a live performance happening inside of the booth. I worked with a performer that would step on clay until she would wish to stop. The stepping went on for one hour and a half, with all the variations, movements and shapes that the body could create, relying on that pursuit for a voice within that clay patch.

It became clear, at some point, what was missing for me. It was an engagement with the question of art as a human activity, a relation between people and people and people and objects. Within that pre constructed setting it became a challenge to give voice to these questions but also a necessity.
There are many more questions then conclusions. Through the work and the short time I spent in the fair, due to financial reasons, the gap between managing to afford a train ticket and paying four euros for a glass of water, the way art is being displayed and looked at and the common fact that not that many artists are even present to install their work, made me realize that what becomes still very present are the extremities between the production of art, working conditions and how much of this becomes visible to a public in terms what making art is about.



| | | tag - Sara Barbosa de Campos, Art Rotterdam, performance | laat een reactie achter