ARCHIEF
Archief » Blog » Expo's »

What’s next? - Met Erik Kessels


Erik Kessels, Fotografie in overvloed (foto: Gijs van den Berg)

FOAM viert dit jaar haar tiende verjaardag. Vier gastcuratoren werden gevraagd een tentoonstelling te maken met betrekking tot de vraag: ‘What’s next?’. Waar ligt de toekomst van de fotografie? Erik Kessels is één van deze vier gastcuratoren en stelde Fotografie in overvloed samen. Hij vulde een ruimte in FOAM met nagenoeg een miljoen foto’s die op Flickr werden geüpload in 24 uur. Deze miljoen foto’s werden afgedrukt en vormen de hele maand november een landschap aan foto’s. 

Heske ten Cate (HtC): ‘Was je geschokt toen je merkte dat er in 24 uur nagenoeg een miljoen foto’s werden geüpload op Flickr, of had je dat verwacht?’

Erik Kessels (EK): ‘Ik heb vooronderzoek gedaan, dus ik wist dat ik een miljoen foto’s kon verwachten. Het aantal choqueert me niet om eerlijk te zijn: het typeert de tijd waarin we leven.

De zoektocht naar de foto’s heb ik aangestuurd, omdat ik opzoek was naar de ‘huis-tuin en keuken kiekjes’. Foto’s met een .img en .dscn formaat zijn bewaard; de rest is de virtuele prullenbak in verdwenen. Door deze formaten te kiezen maak je een selectie en verwerp je ongeveer twee derde deel. Als ik deze keuze niet gemaakt zou hebben, dan had ik drie keer de ruimte kunnen vullen, al zou meer dan de helft bestaan uit porno. Er bevindt zich een ontelbare hoeveelheid aan foto’s die enkel seks bevatten op internet. Ik heb ervoor gekozen om de dagelijkse particuliere uploads uit te printen, van dagjes uit, kinderfoto’s, trouwfoto’s wandelingen in het bos, zonnen aan het strand: alledaagse bezigheden die mensen vastleggen en uploaden.’

HtC: ‘Is de ‘exclusiviteit’ van fotografie verdwenen met het verdwijnen van de analoge foto en de komst van de digitale camera?’

EK: ‘Het heeft geen zin om deze verandering te betreuren. Analoge- en digitale fotografie kun je nauwelijks nog met elkaar vergelijken. In de fotografie heeft een enorme democratisering plaatsgevonden. We zijn ook anders naar foto’s gaan kijken, sinds de komst van de digitale camera. Iedereen is fotograaf geworden en we schieten bij wijze van spreken per dag een ‘nieuw rolletje’ vol. In het ‘analoge tijdperk’ was het heel bepalend dat je niet van tevoren het resultaat van de foto kon vaststellen. Pas bij de kassa zag je wat je daadwerkelijk gefotografeerd had, op papier of negatief. Dat is echt niet meer te vergelijken met de mogelijkheden nu.

Het maken van een foto is net zo normaal geworden als het opsteken van een sigaret, het eten van een boterham of het openen van een kastdeur. Als je hier een vergelijking maakt met de tijd dat we nog analoog fotografeerden, dan is er veel veranderd. Aan die foto’s zat een bepaalde waarde: je klikte niet uit verveling je rolletje vol als je op de bus stond te wachten. Je was je bewust van het schieten van een plaatje. Fotografie kost niets meer en het feit dat niemand het je kwalijk neemt als je 10.000 foto’s per dag maakt, typeert de fotografie vandaag de dag. Fotograferen is een gewoonte geworden en een manier om tijd te verdrijven. Als je naar www.bored.com gaat, dan zie je honderden foto’s die mensen van hun eigen schoenen hebben gemaakt. Die vervelen zich de pleures en posten de foto’s van deze verveling op internet.

Het delen van gegevens is net zo normaal als het maken ervan: we delen onze verhalen, gegevens, foto’s en dus ook de momenten dat we ons vervelen. Al deze gegevens weerspiegelen een dwarsdoorsnede van onze maatschappij.'

Erik Kessels, Fotografie in overvloed (foto: Gijs van den Berg)

HtC: ‘Is dat ook wat je met Fotografie in overvloed hebt willen laten zien?

EK: ‘Met mijn tentoonstelling in FOAM heb ik de veelheid, snelheid en willekeur willen aantonen door juist de weerzinwekkende hoeveelheid foto’s van 24 uur te laten afdrukken, net als vroeger. Het werk is bedoeld als spiegel. Als mensen door mijn installatie lopen worden ze bewust van de overvloed aan beelden waarmee we dagelijks te maken hebben. Die beelden heb ik concreet gemaakt; je kunt ze oprapen, erdoorheen ‘bladeren’, erin rondlopen. Door het tastbaar te maken kijk je intensiever naar de alledaagse beelden dan wanneer je ‘vakantiefoto’s’ googled en dan een miljoen hits krijgt. Op de expositie kan je niet scrollen of skippen: je staat er fysiek middenin.

Ik heb van tevoren bedacht hoe het werk eruit moest komen te zien: een landschap aan foto’s. In het FOAM hebben we het met een heleboel mensen tegelijk opgebouwd. Het moet de suggestie wekken dat alle foto’s er op een middag in gekieperd zijn, maar deze nonchalance kost voorbereiding.’

HtC: ‘Je was gastcurator bij FOAM, ben je een expert op de vraag ‘What’s next?’

EK: ‘Deze zomer in Arles, Zuid-Frankrijk, heb ik in samenwerking met vier andere kunstenaars uit Europa een tentoonstelling gemaakt. Deze tentoonstelling hield zich met dezelfde vraag bezig: Wat gebeurt er nu met de fotografie? Het was inspirerend om deze tentoonstelling te maken, makers te zoeken die op een inspirerende manier met fotografie werken, zij het als middel of als doel. Veel fotografen zijn tegenwoordig ‘couch photographers’: kunstenaars die van bestaande beelden of middelen gebruik maken [foto’s van Flickr, of webcams en beveiligingscamera’s –red.] De tentoonstelling in Arles was heel groot: het FOAM magazine besteedde er een ruim artikel aan. Ik ben al langer dan de exposities bezig met de vraag welke koers de fotografie en fotografen zullen moeten gaan kiezen. In Frankrijk heb ik zelf geen werk gepresenteerd als gastcurator, in het FOAM bestaat mijn bijdrage wel uit het aandragen van eigen werk.

Met de andere vier gastcuratoren van FOAM heb ik niets van doen gehad. Zie het als vier onafhankelijke projecten. Het museum vroeg mij een werk te maken voor de tentoonstelling waarin het niet gaat om wat er te zien is: mijn werk draait om de manier van presenteren. Toen FOAM tien jaar geleden zijn deuren opende heb ik er ook een expositie gehad. Het was leuk om nu weer mijn werk te kunnen presenteren, precies tien jaar later.’

HtC: ‘What’s next voor de fotograaf?’

EK: ‘Fotografen moeten meerdere creatieve disciplines weten te beoefenen willen ze er hun brood mee kunnen blijven verdienen. Dit geldt overigens voor alle kunstvormen. Kunstenaars moeten verbreden, want makers die van één toegespitste kwaliteit kunnen overleven worden iedere dag schaarser. Je ziet kunstenaars werk maken en tegelijkertijd een tijdschrift uitbrengen. Een creatief mens van deze tijd kan meerdere dingen tegelijk. Fotografie is een discipline bij uitstek die je nauwelijks puur meer kan uitoefenen. Ieder jaar komen er meer fotografen: miljoenen amateurs die ook een camera gekocht hebben. Daarvan wordt het kaf van het koren gescheiden, maar blijven er alsnog een ruime hoeveelheid getalenteerde fotografen over. Het vak is veranderd, maar wel ten goede, want als kwaliteit komt bovendrijven, betekent dit dat het niveau van fotografie stijgt. Een goede fotograaf maakt tegenwoordig niet enkel foto’s, maar gebruikt tevens bestaande beelden (bijvoorbeeld van Flickr, bewakingscamera’s, Google earth, Facebook, webcams, of andere bestaande methoden om kunst te maken). Een kunstenaar denkt creatiever, waarmee hij zich kan onderscheiden van ieder ander die ook in het bezit is van een camera.’

| | | tag - FOAM, Erik Kessels | laat een reactie achter