« vorige | volgende »
Horizonnen - Drie teksten naar aanleiding van drie kunstwerken uit de collectie


Ad van Denderen, uit de serie so blue so blue.

'De openingstentoonstelling kreeg de titel Horizonnen. De horizon is in Friesland alomtegenwoordig en vaak en op vele manieren terug te vinden in de collectie. (...) Meerdere horizonnen, ook de horizon die ons mentale landschap begrenst of uitnodigt juist verder te kijken' aldus Kie Ellens, curator van de tentoonstelling Horizonnen in het Fries Museum.

Ad van Denderen
So Blue So Blue

Ad van Denderen (Zeist, 1943) begint zijn gelauwerde kunstenaarscarrière als nieuwsfotograaf. Vaak werd hij naar oorlogsgebieden gestuurd zoals de Gaza-strook, Israël en Palestina om verslag te doen van de gruwelijke oorlogen die daar al jaren woeden. De foto’s van oorlog kennen wij allemaal, omdat ze dagelijks in de kranten verschijnen. Huilende vrouwen, vechtende soldaten, vluchtende gezinnen: allen met angst in de ogen. In het Westen krijgen we hierdoor een vrij lineair beeld van een oorlog. In de nieuwswereld is een gouden regel: ‘if it bleeds, it leads.’ Ad van Denderen zegt hierover: ‘In 2002, toen ik eigenlijk al genoeg had van de nieuwsfotografie, stond ik bij de compound van Arafat en ging mijn mobieltje af, ik had toen een opdrachtgever aan de lijn ‘of ik een opdracht wilde doen over de compound van Arafat’. Er liepen bij de compound al twintig fotografen met camera’s die precies hetzelfde aan het fotograferen waren. Op dat moment had ik er genoeg van, heb ik bedankt voor de eer en ben mijn eigen gang gegaan.’  

Ad van Denderen leert naarmate hij langer in de landen rondom het Middellandse Zeegebied is dat er maar weinig plekken ter wereld zijn waar verhalen zoveel kanten kennen en waar tegenstrijdigheden aan de orde van de dag zijn. Vanuit zijn behoefte een genuanceerder beeld te scheppen begint hij aan een prachtige fotodocumentaire die So blue so blue zal gaan heten en waarin te zien is dat vele culturen verschrikkelijk botsen maar ook heel vredig naast elkaar leven.


De behoefte een dergelijke serie te maken begint bij een foto die Van Denderen ’s nachts schiet aan de Spaanse kunst. Uit de zee rennen Noord-Afrikaanse vluchtelingen de duinen in. Zij riskeren hun leven voor een beter lot en stranden uitgeput van het zwemmen aan op de kust zonder bezittingen, geldig verblijf en plan. Drie uur later rollen Spaanse gezinnen en vrolijke toeristen op dezelfde plek hun handdoekjes uit om langgerekt in de zon te liggen. Een grootser contrast tussen gebeurtenissen die kort na elkaar op één plek plaatsvinden is haast ondenkbaar. Dit geldt ook voor de foto Ras ad din Al Bahr waar Ad van Denderen een drietal goed doorvoede Friese koeien laat zien in de brandende zon op een brede strook strand. Deze foto is genomen in Libanon, in het zuidelijke deel aan de Middellandse Zeekust, in het gebied dat door de Hezbollah gecontroleerd wordt. Wat de koeien er precies doen is onduidelijk. Hoewel Van Denderen niets heeft geregisseerd aan dit beeld, laat deze foto een surrealistische werkelijkheid zien.

Juist de journalistieke achtergrond van Ad van Denderen geeft de foto’s een extra dimensie, omdat hij de journalistieke clichés hierdoor weet te vermijden. De beelden hebben nog altijd grote nieuwswaarde, maar zijn autonomer waardoor er meer verhalen vertelt worden. Volgens Van Denderen moet een foto niet het antwoord geven op een problematiek, maar moet een beeld de situatie bevragen. Een goed voorbeeld hiervan zijn de drie jonge mensen met het hondje aan het strand. Deze foto is genomen aan de kunst van Marokko, waar jonge Europese marrokkanen op vakantie gaan in de zomer. Van Denderen: ‘In Marokko wordt het ene na het andere resort gebouwd aan de kust. Europese marrokkanen die op vakantie gaan naar hun eigen land lijken daar op het strand net drie Nederlandse vrienden. Rokje aan, hondje aan de lijn… In Nederland praten we steeds over integreren en het mislukken daarvan, maar inmiddels zijn deze Europese marrokkanen ook buitenlanders geworden voor de marrokkanen in ‘hun eigen land’.’



Jantien Jongsma, Sint Jacobiparochie

Als een lappendeken strekt het landschap van Jantien Jongsma zich uit. De kleuren schakelen zich aaneen, waardoor het lijkt alsof de kijker als een vogel rustig boven de weilanden en het dorp in de lucht grote cirkels zweeft. Soms lijken de weilanden van zachte stof, of geweven lappen en dan weer lijken de landschappen qua uitdrukking op ribbeltjes karton. Het zicht wordt niet belemmert door hoge gebouwen, of een kerktoren, de vogel kan tot in het oneindig kijken.

Er is veel te zien, de meren waarin boten varen en een meisje op haar rug in het water dobbert. De boer in een blauwe overal die van het land komt en zijn ezel en vrouw op het hooi voorttrekt. Een groot huis uit Sint Jacobiparochie is uitgeklapt getekend, alsof het een bouwtekening van een architect betreft waarin nauwkeurig de bruin witte tegelvloer is ingekleurd en er een suggestie van een bed en een keuken wordt aangeduid. Er brand licht in de toren.

Sint Jacobiparochie

Bijna van het schilderij afgevallen aan de linkerkant, zien we een dorp opgebouwd uit ringen. Eerst de huizen, dan kleuren en bomen en in de binnenste ring een kerk. Het is het Friese dorp Sexbierum. Aan de rechterkant van het schilderij is een veel abstracter dorp te zien dat zich enkel in een waaier van kleuren vertolkt. De focus van het werk ligt echter bij het landschap, waarin het lijkt of alle seizoenen aan bod komen. Het grijze kille van de winter, het lichte groen van de lente, het diepe geel van de zomer, het rood en bruin van de herfst. Alsof zich verschillende scenes uit een film zich in één storyboard presenteren. Jantien Jongsma kent Sint Jacobiparochie goed omdat haar vader er woonde en zij er dus veel levendige herinneringen verborgen heeft. Het werkt vertolkt haar persoonlijke geschiedenis, haar film, die ze op folkloristische wijze vertelt aan de toeschouwer.

Het werk Sint Jacobiparochi is onderdeel van een lange serie die begint in Harlingen waar Jantien geboren is. De reeks is nog niet voltooit, maar zal uiteindelijk eindigen in Amsterdam, omdat ze daar nu woont. Een alternatieve Elfstedentocht noemt ze het zelf, waarin haar reis langs de dorpen en steden in Nederland aan bod komt. Zo is ‘Aflsuitdijk’ ook een werk uit de serie, net als ‘Sexbierum’. Plekken waar ze heeft geleefd, avonturen heeft beleefd, dagelijks langs kwam of een bijzondere herinnering koestert. De serie zal nog lange tijd voortduren en als hij op een dag voltooit is, zijn de plekken ook weer uitgewaaid naar mensen en musea.

Close up uit Sint Jacobiparochie

Jan Rothuizen, On a Clear Day you can see Forever

Het is de meest pure vorm van zelfgenoegen: alleen op reis zijn en van de bijkomende stilte en eenzaamheid kunnen genieten. Iedereen die een reis alleen maakte zal het gevoel van verlorenheid kennen, maar kent ook de kracht en het zelfvertrouwen die toeneemt naarmate je steeds zelfredzamer wordt en rustiger vanbinnen. Jan Rothuizen (Amsterdam, 1968) is een ervaren reiziger die al veel landen zonder reisgezelschap aandeed. Het is een angstaanjagend en tegelijkertijd bevrijdend idee dat er geen enkele ziel is die je kent als je in je voet aan een onbekend land zet. Juist deze abstracte en ondraaglijke eenzaamheid kan gaan aanvoelen als een trouwe vriend.

Als inwoner van een dorp of stad let je op de winkels, de weg, misschien je buren, je geliefde en een vage bekende die ‘hallo’ tegen je zegt in de supermarkt. Je ervaart de bomen, het plantsoen, de mensen automatisch en het kan zijn dat je al jaren langs een kunstwerk fietst, maar dat je er nog nooit met aandacht naar gekeken hebt. Als reiziger kijk je anders naar een land of stad. Niets is vanzelfsprekend. De mensen gedragen zich anders, kleden zich anders, zijn dikwijls niet te begrijpen omdat je de taal niet kent en bewegen zich voort zonder aandacht aan jou te schenken. Deze bevindingen doet Jan Rothuizen ook als hij in zijn eentje door New York City trekt. De stad staat bekend om haar anonimiteit en vele kunstenaars klagen er over depressie, niet waargemaakte dromen en verlorenheid. Mensen hebben er een gehaast leven, want om boven de drukke stad uit te stijgen denken de New Yorkers dat je het gemaakt moet hebben, dat je iets of iemand moet zijn, een VIP in dure kleren die met een cocktail op de 44e verdieping van een wolkenkrabber over New York uitkijkt. Voor slechts een handjevol mensen is deze American Dream realiteit. De afgedankte, armzalige, verslaafde sloebers komen niet voor in de droom van de Amerikanen. Jan Rothuizen ontdekt al snel dat er meer mensen zijn van het laatste soort dan de gepolijste Amerikaan.

De eerste persoon die Rothuizen aanspreekt in New York is een vies uitziende zwerver, met rauw onder zijn nagels, gaten in zijn muts en een zwart papieren bekertje dat ooit wit was in zijn hand. Hij vraagt hem om geld. Ondanks dat een zwerver niet moedwillig kiest voor een bestaan zonder bezittingen en een reiziger wel, hebben Rothuizen en de zwerver op dat moment iets gemeen. Ze hebben beide geen ware vrienden in de stad, hebben geen vast adres, en hebben iets dat ze van elkaar nodig hebben. De zwerver wilt geld, de reiziger zoekt contact.


Ondanks dat Jan Rothuizen opgroeide in Amsterdam (waar ook genoeg zwervers zijn) schrikt hij in New York van de armoede en het rauwe straatleven. De ontmoeting met de zwerver is confronterend, net als het contrast tussen de glans en de armzaligheid van New York. Om met deze uitersten om te kunnen gaan, maakt Rothuizen portretfoto’s van de zwervers. Portretten waarop de straat, de drank en het verdriet zijn af te lezen aan de diepe groeven en rimpels in hun gelaat. Door het leed op te zoeken maakt hij op een menselijk niveau contact met hen en erkent hij hun aanwezigheid. Op de foto’s van Rothuizen kijken de zwervers je aan, precies zoals hij op straat door hen wordt aangekeken. Recht in de ogen, soms daas van drank en drugs, stuurs en verdrietig. Juist een reiziger kijkt ontvankelijker naar een stad inclusief alle mensen die er wonen. In je dagelijks geroutineerde leven is er de neiging vooral te willen kijken naar succes. Draaien mensen hun hoofd om als er een sportauto voor het stoplicht staat en niet wanneer er een zwerver oversteekt. Maar voor een reiziger die iedereen met nieuwe ogen kan bekijken, trekt een zwerver evenveel aandacht als een rijke man in pak.

Jan Rothuizen besluit de portretfoto’s in 3d af te drukken. 3D fotografie is een printtechniek die bij uitstek wordt toegepast op dure postkaarten, te vinden is in speelgoedwinkels, Disneyworld, of op hele chique bidprenten van de heilige Bernadette in Lourdes wordt toegepast. Het is speels, leuk, luxe en het maakt het afgebeelde zacht en rond. In dit geval geeft het de zwervers een mild en liefdevol karakter.







| | | tag - Ad van Denderen, Kie Ellens, Jantien Jongsma, Jan Rothuizen | laat een reactie achter
Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *