« vorige | volgende »
Horizonnen


Maxima opent het Fries Museum.

Op de bovenste etage van zijn gloednieuwe gebouw presenteert het Fries Museum, sinds de opening door koningin Maxima op 13 september, moderne en hedendaagse kunst. De horizon, het in Friesland altijd aanwezige thema van de tentoonstelling, wordt door kunstenaars als Gerrit Benner, Robert Zandvliet en Tacita Dean letterlijk verbeeld. Kie Ellens stelde de tentoonstelling samen en werkte twee jaar aan het resultaat. Ik schreef 40 teksten, over veertig kunstwerken uit de tentoonstelling: 

034 Anne Daems – het begint te waaien
De reclamecampagne voor vredig leven

In 2008 wordt Anne Daems (Lier, 1966) uitgenodigd een werk te maken in de openbare ruimte van Leeuwarden. De vraag die haar wordt gesteld als leidraad voor het project is: ‘Kun jij Leeuwarders iets laten zien over zichzelf?’ Het project is bedoeld om de alledaagse passant bewust te maken van zichzelf door middel van een kunstwerk. Anne Daems zit met de opdracht in haar maag; als Belgische de Friezen iets leren, dat is een zware kluif. Aangekomen in Friesland mag ze logeren bij het gastvrije gepensioneerde echtpaar Kramer in een oude boerderij net buiten Leeuwarden. Sibren en Jan Kramer wonen al bijna hun hele leven op de boerderij; ze zijn gehecht aan de tegeltjes in de keuken, het oude servies, de gordijnen die al een eeuwigheid voor het venster hangen en aan de deurmat bij de ingang die een holletje van het voetenvegen heeft. Het is al jaren de huiselijke, ietwat ouderwetse, woonplek van twee verliefde mensen die zonder teveel vragen ruimte maken voor een kunstenares uit Brussel.

Bij aankomst is Daems op slag gegrepen door de boerderij, de tuin, de boomgaard en het oudere echtpaar. Hun kijk op het leven en de manier waarop zij zich tot de wereld verhouden inspireren haar bovenmatig. Het dagelijkse leefritme van Daems verlangzaamd wanneer zij zich settelt in het dorp. Dit komt doordat de Kramers al op leeftijd zijn en omdat de boerderij zich niet in de stad begeeft. Omdat de mensen die in het dorp wonen tevreden zijn en dat er niet veel meer nodig is om een voldaan leven te leiden. Alles is trager dan in de stad, waar het geraas van trams, auto’s, voetgangers en bussen dag en nacht voortduurt. Het is een gave als de seizoenen niet onopgemerkt voorbij sluipen, om bewust te zijn van het natuurlijke ritme en om stil te staan bij wat zich nu afspeelt, niet morgen, volgende week of later, als alles beter wordt…

Daems beseft zich dat ze het gevoel, dat onverwachts is ontstaan, cadeau wilt geven aan de stad. In de dagen die volgen maakt ze foto’s van de boerderij, de boomgaard waar Jan Kramer de pruimen plukt voor de lunch, de tegeltjes in de keuken waar de pruimen worden gewassen, het echtpaar dat genoeglijk tegenover elkaar buiten eet, met de tuin volop in bloei. In totaal maakt Daems 81 foto’s die een impressie geven van het leven van twee gelukkige mensen op een boerderij in een dorp. Twee mensen die er misschien wel nooit bij stil hebben gestaan dat hun handelen de moeite waard zou zijn voor een kunstenaar, twee mensen die weldra op posterformaat zouden prijken in supermarkten, bushokjes door heel Leeuwarden en het voorportaal van de gereformeerde kerk..



Hiermee is de reclamecampagne voor vredig leven als olievlek over de stad verspreid. Daems is de baas van het bedrijf waar rust en besef wordt geproduceerd. Zij moedigt de gehaaste voorbijganger aan om aan pruimen te denken, warme lentedagen en het hebben van een kort gesprekje met mensen op straat. Tussen de aankondigingen van feesten en afgeprijsde courgettes liggen haar folders van twee genietende mensen.

In totaal drukt Daems vier van de 81 foto’s vele malen af. Op de grond ligt het drukwerk van Daems. Het Fries Museum drukte ze opnieuw af, omdat de campagne nooit veroudert. Neem een poster mee en kijk er naar wanneer de dagen geruisloos voorbij gaan en de drukte van werk, stad, school of leven het winnen van de dagelijkse kleinigheden. Kijkend naar een poster met het echtpaar Kramer erop zal werken als een medicijn tegen stress en het gebrek aan besef hoe simpel het leven schitterend kan zijn.


054 - Edward de Vries, Jan Boekhout, Wilfred de Jong, Johan Vos, Max en Chris Zwijgman en Kees Valk, Sterke Yerke, 1974 - 1978

Men moet niet nadenken over het eindresultaat van zijn werk, zoals men ook niet reist om aan te komen, maar om te reizen. (Johann Wolfgang von Goethe)

Op een van de langste winternachten van het jaar 1801 wordt in een afgelegen dorp niet ver van Leeuwarden een jongetje geboren. Zijn naam is Heerke Tsjerks. Door de gure wind en de havermout die zijn moeder hem trouw iedere ochtend voorschotelt, groeit en groeit en groeit de jonge Heerke. Hij is op zijn veertiende al een boom van een vent die, zo het wordt gezegd, al makkelijk vijftig kilo hout onder zijn armen wegdraagt. Heerke Tsjerks wordt geroemd door de hele streek om zijn kracht en krijgt een bijnaam: Sterke Heerke. Jaren later kennen de Friezen nog steeds het verhaal van Heerke Tsjerks: al is in de loop der jaren zijn naam verbasterd naar Yerke. Sterke Yerke.

In Sybs koffiebar, een café in een smalle steeg in Leeuwarden, zit op een doodgewone vrijdagmiddag in 1974 een groepje oude schoolvrienden pils te drinken en jeugdherinneringen op te rakelen. De lange zomervakanties in de velden en op de Friese meren is hen het beste bijgebleven uit hun jeugd. Eén van de jongens wil zo graag nog een keer een vlot bouwen, niet gewoon een kindervlot van een pallet en lege conservenblikken, maar een serieus mannenvlot. Het lijkt een mijmering en de vrienden gaan aan het begin van de avond naar huis; het vlot zijn ze dan allang weer vergeten.

Tot een van de jongens een paar dagen later toevallig te horen krijgt dat er 24 olievaten voor het oprapen liggen op een boerderij uit de streek. Hij belt zijn vrienden en in het weekend dat volgt zijn de zeven Friese mannen bloedserieus begonnen aan de bouw van een megavlot. Edward de Vries, Jan Boekhout, Wilfred de Jong, Johan Vos, Max en Chris Zwijgman en Kees Valk lassen de tonnen aan elkaar en timmeren van afvalhout een groot dek van ruim 60 vierkante meter. Het krijgt de naam van de bekende Friese reus: Sterke Yerke.

Sterke Yerke 3

Diezelfde zomer gaat Sterke Yerke voor het eerst te water. Vrienden en familie hebben zich aan de haven van Leeuwarden verzameld om de jongens, gewapend met genoeg bier en een elektrisch orgel, uit te zwaaien voor hun eerste tocht naar Grouw. Dit blijkt geen enkel probleem. Ook de overtocht van Harlingen naar Terschelling kan het vlot prima aan. De kranten krijgen lucht van Sterke Yerke en schrijven over de zeven vrienden en hun vlot. De reislust en het avontuur doen verlangen naar meer. Er wordt een nieuw, steviger vlot gebouwd: Sterke Yerke II, waarmee zij de kust van Engeland weten te halen. Er wordt een Sterke Yerke-lied op een langspeelplaat geperst en er worden T-shirts bedrukt met ‘Sterke Yerke’ erop. De nuchtere Friezen groeien uit tot volkshelden. Ver buiten Nederland worden zij onthaald als helden, ontdekkingsreizigers uit de twintigste eeuw die de onvoorspelbare zee weten te doorstaan. De adrenaline stroomt door de aderen en zelfs het oversteken van de Noordzee is niet genoeg om de dorst naar avontuur te lessen. Sterke Yerke III wordt gebouwd en in 1979 steken vier stoere mannen, na het doen van navigatie- en EHBO cursussen, de Atlantische Oceaan over op het vlot. Honderdvijfenveertig dagen zitten ze op een paar vierkante meters hout, verdelen zij eerlijk de kleine porties eten, komen ze terecht in stormen en vloedgolven (waarbij de poes ‘Hummel’ overboord slaat en verdrinkt) en zien zij haaien en dolfijnen. Het ergste zijn nog wel de windstille dagen, als het vlot dobberend op de oceaan slechts enkele meters aflegt. Echte ruzies zijn er zelden want irritaties worden tijdens het dagelijkse sociale uurtje uitgesproken.

Nog maar zestig mijl van de eindbestemming, de haven van Curaçao, gaat het mis. Opeens trekken gitzwarte wolken samen en gaat de wind geruisloos liggen. Door de sterke stroming richting de koraalriffen van Bonaire wordt Sterke Yerke een stuurloos vlot. Een giftige bliksem splijt de wolken uiteen. Uiteindelijk smijten de woeste golven Sterke Yerke op het koraal kapot. Yerke zinkt zestig meter naar beneden en sterft op de bodem. De mannen worden uit zee gered. Er is natuurlijk een hoop teleurstelling onder de vier mannen, maar zoals Goethe wijs zegt: men reist niet om aan te komen, maar om te reizen.


Vooraan: links Johan Vos, rechts Chris Schweigmann Staand v.l.n.r. Wilfred de Jong, Hans Slotemaker †, Meindert van der Meulen, Marten Reitsma, Leo van der Ploeg, Sierk Biegel en Chris Brink


Sterke Yerke 3 is gezonken.

Horizonnen

Het gloednieuwe Fries museum

Gastcurator Kie Ellens, Vormgeving Roosje Klap, Inhoudelijk advies Hanne Hagenaars, Teksten Heske ten Cate

| | | tag - Heske ten Cate, Fries museum, Kie Ellens, Sterke Yerke, Anne Daems | 2 reacties
J. | 17 september 2013 17:09

Heb de teksten gelezen, vond het schitterend, heb ze alle 40 mee naar huis genomen. cadeau.

i | 17 september 2013 23:55

Thanx

Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *