volgende »
Vergezichten van Rosemin Hendriks



Op 14 juni publiceerde Roland Sohier op Mister Motley een tekst over kunstenaars die (vrijwel) dagelijks een werk maken waarvoor ze hun eigen persoon als uitgangspunt gebruiken. Een kunstenaar die ook, maar zeker niet dagelijks (al kan ze er dag en nacht mee bezig zijn), dergelijk werk maakt, is Rosemin Hendriks (1968). Ze gebruikt haar eigen – veelal eerst gefotografeerde - gelaatstrekken als vertrekpunt voor bijna alle tekeningen die ze maakt. Ze heeft daarvoor een simpele reden: ze is nu eenmaal het model dat ze altijd bij de hand heeft. Ze is daardoor niet afhankelijk van de beschikbaarheid van anderen die, hoe je ze ook wendt of keert, altijd tussen de kunstenaar en het kunstwerk in gaan staan. Daar heeft ze bij zichzelf geen last van. Hoewel tal van haar tekeningen in uiterlijke gedaante veel op Rosemin Hendriks lijken, doen evenzoveel tekeningen dat helemaal niet. Daarmee is meteen duidelijk dat het haar niet gaat om het maken van een gelijkend portret. Haar tekeningen zijn geen vergelijkingsmateriaal om de realiteit aan af te meten.  

Zoals het bij Lotte van Lieshout in haar naakten – zoals Roland Sohier schrijft - niet gaat om hoe ze er bloot uitziet, maar hoe ze de schilderkunstige verbeelding in gang zet, zo gaat het bij Rosemin Hendriks om de ongekende mogelijkheden van de tekenkunst. Om het ongekende te vatten, begint ze bij iets wat ze het beste kent: haar eigen gezicht dat haar altijd ook weer voor raadsels stelt.


Bij Witteveen Visual Arts Centre zijn momenteel recente en wat oudere tekeningen van Rosemin Hendriks te zien. De laatste tekeningen uit 2013 zijn van een intimiderende openhartigheid en schoonheid. Niet dat die typering niet voor het ouder werk zou gelden, maar het nieuwste werk toont een vrijheid in de omgang met wat tekenkunstig mogelijk is. Ze veroorlooft zich andere bespiegelingen dan in het eerdere werk, maar die nieuwe overwegingen zijn er wel door mogelijk gemaakt. De waardering van nieuwe vooruitzichten in de tekenkunst gaan bij haar nooit ten koste van wat ze eerder heeft gemaakt.

Altijd al is de vrijwel onaantastbare zelfstandige autoriteit van haar tekeningen vooral een kwestie geweest van het overwinnen van onzekerheid en het overschrijden van persoonlijke grenzen. Als je haar tekeningen van dichtbij bekijkt dan zie je dat die trefzekere lijnen die je van een afstand ziet eindeloos zijn geprobeerd en gezocht voordat ze hun definitieve plaats op het papier vinden. Er is een weg in dat gezicht afgelegd doordat de kunstenaar steeds op haar schreden is teruggekeerd.

Het is de route die de kwaliteit van de tekening bepaalt, de omstandigheid dat ze die aarzeling toont en in het werk integreert. Je ziet in de tekeningen dat ze vooruitdenkt. Het is niet zo dat ze nu alles in een keer raak neerzet, maar het ‘goed’ doen op zichzelf is het doel niet meer. Het mag en kan nu anders dan ze zichzelf voorschrijft. Het voorschrift voor een geslaagde tekening bestaat in feite niet meer. De tekening bewijst zichzelf wel.

Ze is in haar werk meer zichzelf dan ooit. Juist daardoor kenmerken de tekeningen zich door een vrijheid van denken en verbeelden die ver aan persoonlijke beperkingen en remmingen voorbij gaat. Door deze nieuwe tekeningen krijgt al haar eerdere werk een andere gelaagdheid en diepte. Alle tekeningen ontstaan uit elkaar en maken elkaar mogelijk. Meer en meer kijkt Rosemin Hendriks onbekommerd naar haar gezicht om iets anders te tekenen: haar gezichtsvermogen. Als je maar goed genoeg kijkt, kun je er ongedachte vergezichten in herkennen. De microscopische blik is meteen ook een omgekeerde verrekijker. Hoe dichterbij je komt, hoe meer je je erin verliest.

De tekeningen van Rosemin Hendriks zijn tot en met 20 juli te zien in de tentoonstelling Tekening Festival III in Witteveen Visual Art Centre, Konijnenstraat 16A, 1016 SL Amsterdam.




| | | tag - Rosemin Hendriks | 1 reactie
Arno Kramer | 27 juni 2013 09:20

De beschouwing van Alex de Vries over het werk van Rosemin Hendriks is een boeiende en het zette bij me de volgende overwegingen in gang. Ik heb me vaak de vraag gesteld waarom het lichaam en het portret in de beeldende kunst onuitputtelijk kunnen worden gebruikt als onderwerp en waarom dat niet kan, althans in mindere mate, met een hond, een koffiekan of een jurk. Waarom lijken objecten als onderwerp in de beeldende kunst eerder te gaan vervelen dan een hond? En waarom kon je een hond weer iets langer als gegeven gebruiken dan alleen een stoel? Wat is het dat het portret nooit verveeld? Het lichaam blijft in al zijn hoedanigheden, van gekleed, simpel, verleidelijk, erotisch, behaagziek, verhullend, dramatisch, expressief enz., fier overeind. Zijn het deze kwalificaties die je niet of nauwelijks op voorwerpen kunt toepassen, die al aangeven dat dat lichaam een multifunctioneel onderwerp is? Vermoedelijk wel. De mens heeft niet alleen eeuwenlang kunstenaars aangetrokken om te tekenen en te schilderen, maar ook kijkers hebben altijd veel affiniteit getoond met de uitbeelding van de mens. Eeuwenlang is ons een spiegel voorgehouden of deze ons nu flatterend afbeeldde of juist zielig en lijdend, altijd blijft er een bepaalde aantrekkingskracht van de persoon in een kunstwerk uitgaan.
Dat het werk van Rosemin Hendriks tot deze bespiegelingen aanleiding geeft zegt al genoeg over de vraagstellende, maar toch vooral ook aantrekkelijke kant van haar tekeningen. Wat mij ook boeit in de technische uitvoering is dat Hendriks in de helderheid een zekere perfectie suggereert, maar als je goed kijkt zie wel degelijk kleine weerstanden. Een uitgegumde of weggepoetste lijn. Een verschil in dikke en dunnere lijnen. Haar dat niet altijd heel erg plastisch is, maar daarom niet minder haar. Die glans die in dat oog is getekend. Hier wordt de paradox gevisualiseerd van de intimiteit versus de openbaarheid, op een kwalitatief erg hoog niveau.

Plaats een reactie
Je email zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden.
Verplichte velden zijn gemarkeerd *